Kinderen op dorpsscholen krijgen vaker lager schooladvies dan in grote stad
Uit data van het CBS en de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) komt naar voren dat scholen in grotere gemeentes vaker hun schooladvies naar boven bijstellen op basis van de CITO-score. Als een leerling hoger scoort, mag een school het advies voor het voortgezet onderwijs omhoog bijstellen. In kleinere plaatsen doen scholen dit minder vaak.
In gemeentes met minder dan duizend inwoners stellen scholen slechts in 19 procent van de gevallen hun advies bij op basis van de CITO-score. In gemeentes met meer dan 100.000 inwoners gebeurt dat bij 36 procent van de kinderen die hoger scoorden dan verwacht.
Een tweede verschil tussen grote en kleine plaatsen is hoe vaak basisscholieren hoger scoren op hun CITO-toets dan het schooladvies. In de kleinste gemeentes haalt 45 procent van de kinderen een hogere CITO-score dan hun oorspronkelijke schooladvies. In de grotere steden is dit 33 procent. Dat kan erop wijzen dat leerlingen in dorpen vaker te maken hebben met onderadvisering.
Hoogopgeleide ouders oefenen meer invloed uit
Socioloog Sara Geven van de Universiteit van Amsterdam, die onderzoek doet naar gelijkheid in schooladviezen, geeft als mogelijke verklaring het opleidingsniveau van ouders op het platteland en in grote steden. Hoogopgeleide ouders, die vaker in de stad wonen, zouden meer invloed uitoefenen op school als het gaat over de adviezen voor hun kinderen.
Om kansenongelijkheid in het onderwijs tegen te gaan, komt er nieuwe wetgeving aan. Vanaf volgend schooljaar (2023 - 2024) moeten scholen in hun schoolgids verantwoorden hoe zij tot hun schooladvies komen.
