Agenten deden discriminerende uitlatingen bij arrestatie in Dordrecht
Agenten hebben bij een aanhouding in december 2020 in Dordrecht onrechtmatig geweld toegepast en discriminerende uitlatingen gedaan jegens twee verdachten. Dat heeft de rechtbank in Rotterdam donderdag geoordeeld. De rechtbank heeft vanwege deze zogenoemde vormverzuimen de zaken tegen de verdachte vader en zoon niet-ontvankelijk verklaard.
Op 5 december 2020 raakten agenten in Dordrecht verwikkeld in een vechtpartij met een gezin. Een 45-jarige man uit Dordrecht, zijn 18-jarige zoon en een vrouw van 37 jaar werden aangehouden, omdat ze drie agenten hadden belaagd.
Volgens de rechtbank heeft de politie aanvankelijk belangrijke dingen niet opgenomen in het proces-verbaal. Zo ontbraken de beledigende woorden in het politieverslag en schreven de agenten ook niet over het door hen toegepaste geweld.
Een van de agenten zou anderhalve minuut zijn benen om de nek van de vader hebben geklemd. Na de publiciteit begon de politie een intern onderzoek en zijn camerabeelden opnieuw bekeken en beluisterd.
'Meerdere normen' geschonden volgens rechtbank
Volgens de rechtbank is door het handelen van de politie en het Openbaar Ministerie (OM) "op grove wijze het recht van de verdachten op een eerlijke behandeling van hun strafzaken in het gedrang gekomen".
Er zijn meerdere normen geschonden door het disproportionele geweld, het doen van een racistische uitlating en pas na aanhoudend aandringen van de verdediging nader onderzoek te doen naar die uitlating, oordeelt de rechtbank.
De rechtbank benadrukt "dat de politie met respect behandeld dient te worden" en stelt dat de inmenging van de verdachten bij de aanhouding niet gepast was. "Bij dit incident is sprake geweest van een combinatie van verkeerde inschattingen en fouten op het moment van de aanhouding en de keuzes die daarna zijn gemaakt, waarbij het uiten van een racistische uiting en de mate van geweld die is toegepast, zwaar wegen."
Het OM zegt te overwegen in hoger beroep te gaan.
