Duitser 28 jaar na Pettense campingmoord alsnog vrijgesproken na celstraf
Het gerechtshof in Den Haag heeft bijna dertig jaar na de moord op Peter Teschke de 59-jarige verdachte Frank V. vrijgesproken van het doodsteken van zijn stiefschoonvader. De Duitser werd in 1995 in hoger beroep veroordeeld tot vijf jaar celstraf, waarvan hij er drie uitzat.
V. werd aanvankelijk vrijgesproken door de rechtbank in Alkmaar. Het gerechtshof Amsterdam veroordeelde hem echter wél voor doodslag, met als enige bewijs zijn bekentenissen bij de politie. Een cassatieberoep én eerste herzieningsverzoek werden in de daaropvolgende jaren afgewezen.
De reden dat het Openbaar Ministerie (OM) alsnog vrijspraak eiste, komt door een rechtspsychologisch onderzoek naar de door de verdachte afgelegde bekennende verklaringen. V. had zijn verklaringen later ingetrokken en een rechtspsycholoog stelde na "diepgravend onderzoek" dat er "sterke aanwijzingen waren voor valse bekentenissen".
Volgens V. deed hij zijn uitlatingen na "psychoterreur" van rechercheurs tijdens de veertien verhoren als verdachte. Hij zou daarbij zijn gevoed met details.
Bekennende verklaringen bevatten geen daderkennis
Het gerechtshof onderschrijft de conclusie van de rechtspsycholoog. Zo bevatten de bekennende verklaringen geen daderkennis en zou het onderzoeksteam vanaf het moment van de verklaring geen nader onderzoek hebben gedaan naar eventuele andere verdachten, terwijl er wél een andere verdachte in beeld was. Ook is de juistheid van de verklaring niet voldoende onderzocht, concludeert het hof. "De bekentenissen worden daarom als vals aangemerkt en zijn dus niet betrouwbaar."
Omdat in de rest van het dossier vrijwel geen bewijs tegen verdachte V. overblijft, wordt hij alsnog vrijgesproken. Het moordwapen in de zaak is nooit gevonden.
OM wil niet spreken van een gerechtelijke dwaling
Het OM vindt ondanks de late vrijspraak dat er geen sprake was van een gerechtelijke dwaling. "Met het dossier in de hand kon je verschillend tegen de zaak aankijken, zoals ook bleek uit de aanvankelijke vrijspraak bij de rechtbank en de veroordeling bij het hof."
Evenmin vindt het OM dat de politie tunnelvisie kan worden verweten. "Daarvan is niet in overwegende mate sprake. Er is gehandeld zoals in die tijd gebruikelijk was. V. kwam met de bijzondere droom en bekennende verklaring, waarvan de politie toen dacht dat het specifieke daderinformatie was. V. leek geen onlogische dader. De tijden zijn wat dat betreft echt veranderd."
