Meer dan de helft van de Nederlanders beweegt te weinig
Meer dan de helft van de Nederlanders (53 procent) bewoog vorig jaar te weinig, concludeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) in samenwerking met gezondheidsinstituut RIVM. In hoeverre dit met de coronapandemie en de lockdowns te maken heeft, is lastig te zeggen.
Volgens de richtlijnen van de Gezondheidsraad zouden volwassenen per week minstens 2,5 uur matig intensief moeten bewegen, door bijvoorbeeld te lopen, fietsen of zwemmen. Kinderen zouden dagelijks minstens een uur moeten bewegen. Ook worden spier- en botversterkende activiteiten, zoals atletiek, voetbal en dansen, aanbevolen voor zowel volwassenen als kinderen.
Slechts 47 procent van de Nederlanders vanaf vier jaar voldeed vorig jaar aan die richtlijnen. In vergelijking met eerdere jaren zijn Nederlanders over het algemeen niet veel meer gaan bewegen. Wel zijn meer kinderen van vier tot twaalf jaar en 75-plussers voldoende gaan bewegen. Kinderen tot twaalf jaar speelden vaker buiten en liepen vaker naar school. En de ouderen wandelden meer.
Minder 18- tot 65-jarigen voldeden aan de beweegrichtlijnen dan in de periode van 2018 tot en met 2020. Er werd vooral minder gefietst door volwassenen tot 35 jaar.
In hoeverre dit met de pandemie en de lockdowns te maken heeft, is volgens het CBS lastig te zeggen. In een gezondheidsenquête werd deelnemers gevraagd naar hun gedrag in een gewone week, maar die zag er in coronatijd waarschijnlijk heel anders uit dan voorheen. Mensen leken meer te wandelen, maar tegelijkertijd waren de sportscholen veel dicht en mocht er vaak niet in groepsverband gesport worden.
