De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) heeft sinds 2018 ruim vierhonderd meldingen over seksueel grensoverschrijdend gedrag in de jeugdzorg ontvangen. In de helft van de 414 gevallen is de dader een andere jongere en bij bijna een kwart een hulpverlener.

Dat blijkt uit inspectiecijfers die onderzoeksprogramma Argos heeft opgevraagd.

Als sprake is van grensoverschrijdend gedrag, moet de zorginstelling daar melding van maken bij de inspectie. Uiteindelijk wist het NPO-programma informatie tot april van dit jaar te achterhalen.

Er is in die periode zo'n tweehonderd keer contact geweest met justitie en er zijn meer dan honderd aangiften gedaan. Cijfers over veroordelingen zijn er niet.

Sommige slachtoffers zijn jonger dan zeven

De aard van het ontoelaatbare gedrag loopt uiteen, zegt de inspectie tegen Argos. Er zijn meldingen over verkrachting en aanranding, maar het kan ook gaan om ongepaste berichten via WhatsApp.

Sommige slachtoffers zijn kinderen "vanaf zeven jaar of zelfs nog jonger", zegt inspecteur Selini Roozen in het programma. Maar het gaat ook om tieners. Soms is het leeftijdsverschil met de hulpverleners niet zo groot. Er zijn stagiairs bij die verliefd worden op een cliënt die ongeveer even oud is.

'Oude delinquenten niet geweerd uit jeugdzorg'

Toch zijn er ook ernstigere kwesties bekend, zoals hulpverleners die kinderen misbruiken. In sommige gevallen gaat het om mensen die eerder in een andere sector, zoals het onderwijs, slachtoffers hebben gemaakt. Het lukt kennelijk niet om ze te weren uit de zorg.

Het aantal meldingen over seksueel grensoverschrijdend gedrag in de jeugdhulp is in vergelijking met tien jaar geleden gestegen, ziet de IGJ.

Het werkelijke aantal jongeren dat met seksueel grensoverschrijdend gedrag te maken heeft, is waarschijnlijk groter. De inspectie stelt dat kinderen er vaak geen melding van durven te maken en dat hulpverleners het niet opmerken. Volgens staatssecretaris Maarten van Ooijen (Jeugdzorg) is "elk incident er een te veel", zei hij in een reactie.