Het aantal kinderen van door het toeslagenschandaal gedupeerde ouders dat sinds 2015 uit huis is geplaatst, is opgelopen tot 1.675. Dat blijkt woensdag uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) die zijn verzameld op verzoek van het ministerie van Justitie en Veiligheid.

Het CBS meldde in oktober nog dat 1.115 kinderen waren weggehaald uit gezinnen die bekend zijn als slachtoffer van het toeslagenschandaal. Die cijfers hadden betrekking op de periode van 2015 tot en met 2020. Daar zijn nu de uithuisplaatsingen uit 2021 bijgekomen en hebben meer gedupeerden zich gemeld.

Van de 1.675 kinderen die sinds 2015 uit huis zijn geplaatst, woonden er 555 aan het einde van 2021 nog steeds niet bij hun ouders of verzorgers.

De CBS-cijfers zijn een benadering van het werkelijke aantal kinderen van gedupeerde ouders dat uit huis geplaatst is. Het statistiekbureau gebruikt hiervoor gegevens over jeugdbescherming en jeugdhulp met verblijf. Het CBS beschikt niet over gegevens van de door de rechter opgelegde uithuisplaatsingen. Om de gedupeerde ouders en hun kinderen in beeld te krijgen, raadpleegt het CBS informatie van de Belastingdienst.

Onderzoek naar oorzaak uithuisplaatsingen loopt nog

Het statistiekbureau kan niet zeggen of de uithuisplaatsingen direct het gevolg zijn van het toeslagenschandaal. "De gepubliceerde cijfers geven geen inzicht in een eventueel verband tussen de uithuisplaatsing en het toeslagenschandaal. Het CBS heeft geen onderzoek gedaan naar oorzaken van de uithuisplaatsing." Wel is het CBS bezig met een onderzoek dat antwoord moet geven op deze vragen.

De uit huis geplaatste kinderen zijn ondergebracht bij een pleeggezin of instelling. Sinds 4 april is er een speciaal ondersteuningsteam actief, waarmee gemeenten en betrokken jeugdorganisaties de gezinnen bijstaan en waarmee ze geholpen worden bij een eventuele gezinshereniging.

Donderdag debatteert de Kamer met het kabinet over de uit huis geplaatste kinderen van gedupeerde ouders.