Kinderrechters kunnen op basis van de wet niet goed controleren of een kind wel of niet uit huis geplaatst moet worden. Dat blijkt uit een factsheet die gemaakt is door juristen en pedagogen in opdracht van de Tweede Kamer, meldt Trouw maandag.

Volgens de onderzoekers maakt de wet niet duidelijk in welke gevallen een kind uit huis geplaatst mag worden. Situaties als financiële problemen of een fysieke handicap van de ouders worden bijvoorbeeld niet genoemd in de wet. Als dit wel zo was, hadden sommige uithuisplaatsingen voorkomen kunnen worden.

De wetenschappers kunnen niet uitsluiten dat financiële problemen van ouders redenen kunnen zijn voor de uithuisplaatsing van een kind. Zo speelden geldproblemen mogelijk een rol bij de uithuisplaatsing van 1.115 kinderen in het toeslagenschandaal.

Ook schrijft de wet niet voor met welk doel een kind uit huis wordt geplaatst. Daardoor kunnen rechters ook niet bepalen of een doel behaald is en of het nog wel nodig is dat een kind niet meer thuis woont, schrijft Trouw op basis van de conclusies van de wetenschappers.

Verder is er volgens de wetenschappers te weinig ruimte is voor de rechter om te beoordelen of een minder ingrijpende maatregel dan uithuisplaatsing mogelijk is. Wel zouden kinderrechters vaker uithuisplaatsingen voor korte duur opleggen.

Alles bij elkaar opgeteld staan kinderen en hun ouders "zwak tegenover een machtig uitvoeringsapparaat", zo concluderen de pedagogen en juristen.