Het aantal meldingen over het RS-virus stijgt sinds een paar weken weer. Dat terwijl er rond deze tijd van het jaar meestal sprake is van een afname. De opleving heeft vooral te maken met het opheffen van de coronamaatregelen. De RS-epidemie is sinds de zomerpiek van vorig jaar nooit weggeweest en altijd blijven doorsluimeren, zegt RIVM-viroloog Adam Meijer tegen NU.nl.

Wat is het RS-virus?

  • Het RS-virus is het meest voorkomende verkoudheidsvirus bij kinderen. Bijna alle kinderen krijgen het in hun eerste levensjaar.
  • Het RS-virus is voor de meeste kinderen onschuldig. Het gaat meestal binnen een week vanzelf over. 
  • In sommige gevallen kunnen vooral baby's en peuters erg benauwd raken. Ze kunnen een longontsteking krijgen, uitdrogen en in het ziekenhuis belanden.
  • Het virus kan ook gevaarlijk zijn voor ouderen met een zwakke gezondheid.

"Die zomerpiek is vloeiend overgegaan in de normale wintercirculatie. Eind vorig jaar was er een kleine opleving, maar die nam weer af toen de coronamaatregelen weer strenger werden. Een groot aantal kinderen heeft het RS-virus daardoor nog niet gekregen", zegt Meijer.

Het opheffen van de coronamaatregelen in maart gaf het RS-virus volgens hem een nieuwe impuls. "Sindsdien is het RS-virus weer meer aan het circuleren, net zoals dat bij het griepvirus het geval is", zegt hij.

Met name veel kinderen die na de zomerpiek van 2021 zijn geboren, zijn nu nog vatbaar voor het virus. "Omdat zij het virus nog nooit hebben gezien." Daarnaast hebben minder zwangere vrouwen en moeders afgelopen winter het RS-virus gehad, waardoor ze antistoffen konden opbouwen om aan hun kinderen mee te geven.

De grafiek hierboven is gebaseerd op het aantal RS-virusgevallen dat circa twintig ziekenhuizen wekelijks rapporteren aan het RIVM. Het werkelijke aantal besmettingen in Nederland is dus groter. De steekproef helpt het RIVM onder meer vast te stellen of er sprake is van een epidemie. Daarvoor ligt de drempel bij 21 detecties per week.

De grafiek hierboven is gebaseerd op het aantal RS-virusgevallen dat circa twintig ziekenhuizen wekelijks rapporteren aan het RIVM. Het werkelijke aantal besmettingen in Nederland is dus groter. De steekproef helpt het RIVM onder meer vast te stellen of er sprake is van een epidemie. Daarvoor ligt de drempel bij 21 detecties per week.
De grafiek hierboven is gebaseerd op het aantal RS-virusgevallen dat circa twintig ziekenhuizen wekelijks rapporteren aan het RIVM. Het werkelijke aantal besmettingen in Nederland is dus groter. De steekproef helpt het RIVM onder meer vast te stellen of er sprake is van een epidemie. Daarvoor ligt de drempel bij 21 detecties per week.

RS-virusepidemie duurt voort

  • Normaal gesproken is het RS-virus een wintervirus dat vooral voorkomt tussen november en maart, maar vorig jaar werd dat patroon plotseling doorbroken.
  • In de winter van 2020 en 2021 kon het RS-virus zich amper verspreiden door de coronaregels. Richting de zomer gingen de regels eraf en kreeg het virus weer de ruimte.
  • Dat leverde een ongebruikelijke en hoge zomerpiek in het aantal RS-virusgevallen op, en een RS-virusepidemie die nog altijd gaande is.

Krijgen we weer een zomerpiek?

Hoe het RS-virus zich in de toekomst zal gedragen, "is in nevelen gehuld". Er worden wel berekeningen (modelleringen) gedaan, maar daar heeft het RIVM nog geen uitkomsten van. "In elk geval zien we nu voor het eerst in de twintig jaar dat we nauwkeurig naar het virus kijken dat het patroon veranderd is", vertelt Meijer.

Toch is het voor virologen als hij niet te zeggen of het RS-virus na de coronapandemie weer 'teruggaat' naar zijn oude staat als wintervirus. Al zou je op basis van de historie verwachten van wel, denkt Meijer.

Ook hoe het virus zich op de korte termijn gaat gedragen en of we weer een zomerpiek krijgen is onzeker. Momenteel lijkt het aantal RS-gevallen in elk geval te stabiliseren, constateert Meijer. "De snelheid waarmee het afgelopen zomer steeg, zien we nu in elk geval niet."

Wel is het onlogisch dat het RS-virus zelf drastisch gaat veranderen. Zo komen mutaties, zoals bij corona- en griepvirussen, bij het RS-virus veel minder voor. "In elk geval niet zodanig dat eerdere antistoffen minder goed werken." Die antistoffen beschermen bij een volgende besmetting tegen ernstige klachten, aldus Meijer.