Het is een kwalijke zaak dat staatssecretaris Marnix van Rij (Financiën) de onlangs opgedoken selectiecriteria die door de Belastingdienst werden gebruikt om mogelijke fraudeurs op te sporen niet bestempelt als institutioneel racisme. Dat zegt Rabin Baldewsingh, de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR), in Trouw.

Uit onderzoek van accountantskantoor PwC bleek onlangs dat de Belastingdienst bij de extra controle van belastingaangiftes vooral lette op persoonlijke kenmerken en minder op fiscale risico's.

Uit een handleiding bleek dat bijvoorbeeld nationaliteit, leeftijd en in sommige gevallen ook donaties aan moskeeën werden gebruikt als indicatoren.

Van Rij noemde die selectiecriteria "verwerpelijk" en "discriminatoir", maar dat dekt volgens Baldewsingh de lading niet. "In de definitie die ik gebruik, is er sprake van institutioneel racisme als beleid en geschreven en ongeschreven regels van instituten of organisaties leiden tot ongelijke behandeling op basis van afkomst, etniciteit, religie enzovoorts."

"Bij de Belastingdienst was een lijst met criteria om fraude op te sporen waar precies dit soort dingen in stonden: donaties aan de moskee, nationaliteit. Er was hier per definitie sprake van institutioneel racisme", aldus Baldewsingh.

De nationaal coördinator vindt dat Van Rij, als staatssecretaris die verantwoordelijk is voor de fiscus, zich "de luxe niet kan permitteren om zuinig te zijn met woorden". "Niet in deze kwestie. Als je je als bewindspersoon niet uitdrukt, is dat gevaarlijk. Je loopt het gevaar dat je mensen niet serieus neemt. Je geeft mensen het gevoel dat zij er niet toe doen. Je moet hun pijn erkennen en herkennen."