Wat is er mis in jeugdzorg (en zijn de problemen wel op te lossen)?
Het ene na het andere gewichtige rapport constateert dat het mis is in de jeugdzorg. Om wat voor problemen gaat het dan precies? Hoe zijn ze ontstaan? En nog belangrijker: zijn ze op te lossen?
Jeugdhulp is de verzamelterm voor alle vormen van hulp die een kind kan krijgen op basis van de Jeugdwet. Dit kan gaan om hulp bij relatief kleine problemen, zoals faalangst of verlegenheid, maar ook grote complexe problemen, zoals psychiatrische stoornissen of kinderen die gebukt gaan onder nare vechtscheidingen. Het spectrum is enorm.
Met jeugdzorg wordt vaak jeugdbescherming bedoeld. Dat is jeugdhulp waar justitie en dus een rechter aan te pas komen. Maar over het algemeen wordt deze term door politici en media ook gebruikt als ze eigenlijk jeugdhulp bedoelen.
Volgens recente cijfers heeft een op de zeven Nederlandse kinderen behoefte aan een vorm van jeugdhulp. De vraag is in de afgelopen jaren toegenomen. Kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer spreekt over "heel veel kinderen, zeker als je bedenkt dat Nederland doorgaans op ranglijsten bovenaan staat als het om gelukkige kinderen gaat".
Een groot probleem is dat de samenleving steeds hogere eisen stelt aan kinderen. "Kinderen doen er alles aan om de beste versie van zichzelf te zijn", zegt Kalverboer. Dit komt bijvoorbeeld door ideaalbeelden die (sociale) media doorlopend presenteren. Maar ook doordat de samenleving steeds meer prestatiegericht is geworden. "Denk maar aan de druk en stress die veel kinderen ervaren door het bindende schooladvies."
Kalverboer baseert haar uitspraken mede op enquêtes die zij jaarlijks houdt en gesprekken die zij doorlopend met kinderen voert. "We jagen onze kinderen te veel op. Dat gaat ten koste van hun mentale gezondheid."
De Rijksoverheid besloot om het systeem van jeugdzorg te decentraliseren. De gedachte hierachter was dat hulp voor kinderen zo toegankelijk mogelijk moest zijn en dus dicht bij huis moest worden geboden. De verantwoordelijkheid kwam bij de gemeenten te liggen en het Rijk zou de gemeenten betalen voor de uitvoering van deze zorg. Omdat de jeugdzorg hierdoor effectiever zou worden - zo werd aangenomen in Den Haag - werd tegelijkertijd bezuinigd op de zorg.
"Dit was een misvatting", oordeelt Kalverboer nu. Gemeenten lieten aanbieders van jeugdzorg voortaan met elkaar concurreren, om zo voor het laagste bedrag de meeste en beste zorg te kunnen inkopen. Dit leidde tot een enorme rompslomp aan extra administratie voor de aanbieders.
Tot 2015 deden die zaken met twaalf provincies en de Rijksoverheid, nu moesten ze opeens offertes gaan schrijven voor bijna 350 gemeenten die elk hun eigen regels hanteren. Dit kostte veel tijd en dus ook geld, die de aanbieders niet meer aan de zorg zelf konden besteden.
"Het hele systeem wordt sterk gedreven door financiële prikkels", legt Kalverboer uit. "Er wordt veel te weinig gekeken naar wat het beste voor het kind is." Gemeenten kiezen te vaak voor de goedkoopste aanbieder in plaats van de beste zorg. Ook wordt in eerste instantie een 'simpele oplossing' gezocht voor kinderen met problemen, omdat de wet dat voorschrijft en die oplossing goedkoper is dan zware zorg. Dit gebeurt ook bij kinderen die daar totaal geen baat bij hebben.
Bovendien blijft de vraag naar jeugdzorg stijgen door de toegenomen druk op jongeren en de toegenomen behoefte van volwassenen om alles maar te diagnosticeren. "We zijn doorgeschoten in het labelen van gedrag dat als abnormaal wordt gezien", aldus Kalverboer.
"Een kind dat verlegen is of een beetje faalangst heeft, hoeft niet altijd professionele hulp te krijgen. Ouders trekken tegenwoordig veel sneller aan de bel als er in hun ogen iets aan de hand is. We kunnen tot op zekere hoogte ook accepteren dat niet alle kinderen hetzelfde zijn."
"Veel kleine problemen waarvoor kinderen nu in de molen belanden, gaan vaak vanzelf over", zegt Kalverboer, die meewerkte aan het rapport. "We moeten af van de dwingende norm dat alles en iedereen perfect moet zijn. Zo blijft er genoeg tijd over om kinderen te helpen die die hulp écht nodig hebben."
Een ander cruciaal advies is dat voorkomen beter dan genezen is. "Kinderen die onder gunstige omstandigheden opgroeien, kampen later veel minder met psychische problemen", legt de Kinderombudsman uit. "Simpel gezegd: een kind dat een goed dak boven het hoofd heeft en goed onderwijs geniet, ervaart minder problemen dan een kind dat in armoede opgroeit en minder goed onderwijs krijgt. Los de kansenongelijkheid in Nederland op en de druk op de jeugdzorg wordt minder."
Stress die ouders hebben over bijvoorbeeld geldproblemen, straalt af op hun kinderen. "Ouders met minder geld zijn absoluut niet slechtere opvoeders dan ouders die meer te besteden hebben", beklemtoont Kalverboer. "Maar natuurlijk krijgt een kind die zorgen wel mee. Net zoals kinderen ook de spanning tussen ouders in een scheidingssituatie meekrijgen."





