Tien jaar celstraf voor doodslag van Groningse psycholoog Els Slurink in 1997
Jahangir A. heeft tien jaar celstraf gekregen voor het doden van de Groningse psycholoog Els Slurink in 1997. De 45-jarige A. kon pas na 23 jaar worden opgespoord via een DNA-match. De rechter gaat uit van doodslag.
De straf komt overeen met de eis van het Openbaar Ministerie. Voor de rechter staat vast dat A. degene is geweest die Slurink (33) in de nacht van 20 op 21 maart 1997 met een scherp voorwerp heeft gedood. Een steek in het hart werd haar fataal. In januari 2020 was er dankzij nieuwe technieken een DNA-match met A.
Het steekwapen werd nooit gevonden. Er waren geen braaksporen in de woning aan het Van Brakelplein. Ook waren er geen sporen van een worsteling. Buurtbewoners hebben rond middernacht wel voetstappen en geruzie tussen een man en een vrouw gehoord. Ook werden een pijnkreet, een bonk en een openstaande achterdeur waargenomen.
A. is eerder veroordeeld voor overvallen en geweldsdelicten in Groningen waar een mes bij betrokken was. Hij werd begin 2021, na aanvullend onderzoek, opgepakt in Noord-Brabant. A. was kort na de dood van Slurink naar het zuiden verhuisd.
A. ontkent bij dood Slurink betrokken te zijn geweest
De in Geldrop wonende A., die door de politie in Groningen en Noord-Brabant meerdere keren is aangetroffen in tuinen van anderen, heeft altijd ontkend. Hij kende Slurink naar eigen zeggen niet.
Volgens hem moet zijn DNA op een indirecte manier onder de vingernagels van Slurink terecht zijn gekomen, bijvoorbeeld via het openbaar vervoer of een winkelwagentje, of door zijn baantjes als krantenbezorger en maaltijdbezorger. Diverse scenario's zijn uitgebreid onderzocht. Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) acht de kans op indirecte overdracht zeer klein. Experts vinden het aannemelijker dat Slurink in doodsangst A. heeft gekrabd.
Ook volgens de rechtbank is dit "veel waarschijnlijker". De rechter ziet het DNA dan ook als een daderspoor. Het wordt A. zeer aangerekend dat hij nooit openheid van zaken heeft gegeven.
A. wilde niet meewerken aan psychologisch onderzoek, ook niet in het Pieter Baan Centrum. Deskundigen hebben daardoor geen stoornissen kunnen vaststellen.
