Medewerkers van de Belastingdienst pikten via een omstreden systeem om frauderisico's bij te houden mensen eruit met een "niet-westers voorkomen". Ook werd gekeken naar geslacht, leeftijd en het bezit van bijvoorbeeld een dure auto. Staatssecretaris Marnix van Rij (Fiscaliteit) schrijft aan de Tweede Kamer dat hij "spoedig" terugkomt op de vraag of er sprake was van racisme.

Onderzoek door PwC wees eind januari uit dat de fiscus persoonskenmerken als nationaliteit en uiterlijk liet meewegen bij het bepalen of iemand extra gecontroleerd moest worden op mogelijke fraude. Daarvan zou het accountantsbureau tientallen voorbeelden hebben gevonden. De Kamer wilde daarop van de staatssecretaris weten naar welke uiterlijke kenmerken dan werd gekeken.

Volgens Van Rij kan uit het onderzoek niet worden opgemaakt in welke mate het niet-westerse voorkomen, geslacht, leeftijd en het bezit van duur materiaal precies werden meegewogen in de selectie.

De staatssecretaris kon daarnaast de vraag of er sprake was van racisme nog niet beantwoorden. Daarvoor moet nog verder onderzoek worden uitgevoerd, schrijft Van Rij. Daarin worden de voorbeelden van selectie die PwC vond in de communicatie tussen medewerkers van de Belastingdienst verder onderzocht.

Van Rij zegt dat de signalen hem nu al "grote zorgen" baren. "Risico-inschattingen op basis van uiterlijk of andere volstrekt irrelevante kenmerken vind ik volkomen ontoelaatbaar."