Het centrum dat coronapatiënten over de ziekenhuizen in het land verdeelt helpt vanaf begin deze maand ook met het verplaatsen van kinderen voor wie vanwege drukte in het ziekenhuis geen plek is. Het is voor het eerst dat het verplaatsen van niet-coronapatiënten die reguliere zorg nodig hebben centraal geregeld wordt.

De patiënten die door het Landelijk Coördinatiecentrum Patiënten Spreiding (LCPS) worden verplaatst zijn kinderen met virusinfecties, zoals het RS-virus, die geen zorg op de intensive care (ic) nodig hebben.

Tot 1 februari zochten ziekenhuizen altijd zelf naar een ander ziekenhuis als de kinderafdeling vol lag, maar vanaf deze maand helpt het LCPS daar dus bij.

Het LCPS probeert het patiëntje zo dicht mogelijk bij huis te plaatsen. Voorheen kwam het wel eens voor dat een kind in een ziekenhuis ver weg - of zelfs in het buitenland - kwam te liggen, terwijl dichterbij ook een bed vrij was.

Een kind wordt altijd pas overgeplaatst nadat er overleg is geweest met de ouders en zij hebben ingestemd.

"Voor zieke kinderen en hun ouders is dit heel goed nieuws", zegt Károly Illy, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NKV), dat om de spreiding bij het LCPS had verzocht. "Weten dat je óók als het druk is in het ziekenhuis de zorg krijgt die je nodig hebt, is een hele geruststelling."

LCPS aan begin van coronacrisis opgericht

Het LCPS werd in het voorjaar van 2020 opgericht om ervoor te zorgen dat coronapatiënten werden verspreid over het hele land. Huidig minister van Volksgezondheid Ernst Kuipers speelde een belangrijke rol bij het snel opzetten van het spreidingssysteem.

Afgelopen zomer hielp het LCPS ook bij de ontruiming van het VieCuri Medisch Centrum in Venlo. Alle patiënten moesten toen naar andere ziekenhuizen worden gebracht vanwege het overstromingsgevaar van de Maas.