Twee op de drie meisjes en vrouwen zijn in 2020 lastiggevallen op straat, meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) woensdag. De vrouwen werden nagefloten, nageroepen en in sommige gevallen achtervolgd. Straatintimidatie is iets van alle tijd, zeggen experts. Maar hoe zorg je voor een kentering in dat gedrag?

"De cijfers van het CBS verbazen me niets", zegt Tamar Fischer, universitair hoofddocent aan de Erasmus Universiteit. Ze onderzocht zelf hoe vaak vrouwen in Rotterdam te maken kregen met straatintimidatie in de periode 2016-2020. Haar cijfers komen erg overeen met die van het CBS.

"Straatintimidatie is iets van alle tijden. Elke vrouw loopt altijd op straat - vooral 's nachts - met de gedachte dat ze uit moet kijken", aldus Fischer.

Emmi Schumacher, bestuurslid bij Stichting Stop Straatintimidatie, sluit zich aan bij Fischer. "Het is altijd een probleem geweest waar niet over gepraat werd. Het was een traditie die lang werd gezien als normaal gedrag."

Toch ziet Schumacher een omslag. "Na #metoo stellen steeds meer vrouwen, maar ook mannen, vraagtekens bij wat ze overkomt en waarom ze het moeten pikken. Onze stichting bestaat sinds 2016 en is ook voortgekomen uit het gevoel van: we hebben er genoeg van."

Het is niet duidelijk wie de daders van de straatintimidatie zijn. Dat heeft het CBS niet onderzocht. Uit het onderzoek van Fischer blijkt dat het in Rotterdam vaak ging om jonge mannen die in een groep opereren. "Sommige mannen hebben een behoefte om macht te kunnen uitoefenen over vrouwen. En kennelijk is dat geaccepteerd in onze cultuur."

En daar ligt ook het probleem, zegt Mischa Dekker, socioloog aan de Universiteit van Amsterdam en gepromoveerd met zijn onderzoek naar straatintimidatie. Volgens hem moet de oplossing ook bij mannen gevonden worden. "Straatintimidatie is een probleem dat wordt veroorzaakt door mannen. Dus het beleid moet zich op die groep oriënteren."

Veel jongens zijn zich niet bewust van hun gedrag

Om het probleem aan te pakken wordt vaak als eerste gedacht aan strafbaarstelling, maar we zouden volgens Dekker eerst moeten kijken naar preventief beleid. Je kunt dan bijvoorbeeld denken aan voorlichting op scholen en straatcoaches die het gesprek aangaan met jongens. "Je kunt ze dan confronteren met hun gedrag en vragen waarom ze het doen."

Zelf ziet Dekker ook ongemak bij jongens, die niet goed weten hoe ze contact moeten maken en daarom naar manieren grijpen die bij vrouwen intimiderend kunnen overkomen. "We moeten bij die jongens bewust maken dat iets wat voor hen heel onschuldig is, voor een vrouw heel vervelend kan zijn. Zeker als jij al de tiende jongen bent die die dag aan een vrouw haar nummer vraagt", aldus Dekker.

Waarom is straatintimidatie nog niet verboden?

  • Heel kort: het Wetsvoorstel seksuele misdrijven is nog niet goedgekeurd door de Eerste en Tweede Kamer
  • In Rotterdam werd in 2018 met een Algemene Plaatselijke Verordening (APV) wel geprobeerd om straatintimidatie strafbaar te stellen. Dit gebeurde op initiatief van Joost Eerdmans, oud-wethouder en -partijleider van Leefbaar Rotterdam.
  • Het verbod bleek in de rechtbank juridisch niet houdbaar, omdat een beperking van de vrijheid van meningsuiting niet door de lokale wetgever mag worden geregeld van de grondwet
  • Die beperking is er om te voorkomen dat lokale overheden allerlei uitingen gaan verbieden, zoals in de Biblebelt op godslastering
  • Voormalig justitieministers Stef Blok en Ferd Grapperhaus wilden volgens socioloog Mischa Dekker eerst kijken hoe die lokale initiatieven zouden uitpakken, maar hierdoor ontstond wel vertraging in de nationale wet.

Nationale wetgeving in de maak

Dit voorjaar wordt naar verwachting de Wet seksuele misdrijven behandeld in de Tweede Kamer. Daarin wordt seksuele intimidatie in het openbaar strafbaar gesteld, zowel op straat als via sociale media.

"We hebben meegewerkt aan die wet en zijn van mening dat je daarmee start met een normverandering", zegt Schumacher. "Door het vast te leggen in de wet zeg je: 'Het is geen oké gedrag.' Net als met inbreken en hondenpoep op straat maakt het heel veel uit of het voor de wet geregeld is of niet."

"Door iets vast te leggen in de wet stel je een grens", voegt Fischer toe. Ze waarschuwt dat het opstellen van een wet tegen straatintimidatie erg ingewikkeld is en bovendien subjectief. "Als een oudere minder knappe man wat zegt, kan dat anders geïnterpreteerd worden dan als een jonge man iets zegt. Dat maakt het heel lastig."

Volgens Fischer is het dan ook zaak om nu eerst de norm duidelijk te stellen over hoe we met elkaar omgaan in een samenleving. "We zagen het veel te lang als normaal flirtgedrag. En de samenleving normaliseerde dat gedrag ook door het oude idee dat jongens stoer moeten zijn en meisjes moeten versieren."

Fischer: "Op de langere termijn, dan spreek je over tien tot vijftien jaar, is er hopelijk een afname te zien in dit gedrag. Maar dat het helemaal gaat verdwijnen is een illusie."

Wat kun je het beste doen als je slachtoffer wordt van straatintimidatie?

  • "Er is bij straatintimidatie heel snel de neiging om te zeggen: 'Je had het gewoon moeten negeren of ze juist moeten confronteren'", aldus socioloog Mischa Dekker. Daarin schuilt volgens hem het gevaar dat je de schuld in de schoenen schuift van het slachtoffer.
  • "Je bent niet zelf verantwoordelijk voor het gedrag, dus de beste oplossing is om dat te doen waar je je zelf veilig bij voelt. Het beste is altijd om te doen wat het veiligst is, bijvoorbeeld een omstander om hulp vragen", zegt Emmi Schumacher van Stichting Stop Straatintimidatie.
  • Ben je getuige van straatintimidatie, dan kun je volgens Dekker helpen door de situatie af te leiden. "Je kunt aan de dader vragen waar een bepaalde locatie is. Ook kun je doen alsof je het slachtoffer kent, hoewel je hierbij moet opletten dat je niet bijdraagt aan het gevoel van onveiligheid. Zo kun je op een indirecte manier de situatie de-escaleren zodat het slachtoffer zich niet alleen voelt."
  • Volgens het CBS probeerden verreweg de meeste meisjes en vrouwen het gedrag te negeren. Ook zochten ze gezelschap op of belden ze iemand.