Meerdere nabestaanden van mensen die op de Amersfoortse begraafplaats liggen waar vorig jaar september een spirituele bijeenkomst plaatsvond, laten hun dierbaren herbegraven. De gemeente gaat de kosten die dat zich met meebrengt vergoeden.

Burgemeester Lucas Bolsius schrijft vrijdag in een brief aan de nabestaanden dat de gemeente voor de eventuele kosten op zal draaien. Hoeveel mensen ervoor kiezen hun geliefde een andere laatste rustplaats te geven, is niet duidelijk.

Een groep van zes mensen zocht afgelopen september op begraafplaats Rusthof in het kader van een paranormaal onderzoek contact met "spirituele energieën" van overledenen. De zaak zorgde voor veel onrust en kwam aan het licht toen de vader van een overleden kind een achtergelaten videocamera vond met daarop filmbeelden van de bijeenkomst. Nabestaanden van 42 overledenen op de begraafplaats hebben aangifte gedaan van grafschennis.

Bolsius noemt de keuze om geliefden op Rusthof te laten herbegraven een "enorm emotioneel besluit". "Wij betreuren het zeer dat het voor deze nabestaanden zulke vergaande consequenties heeft, maar respecteren ook hun keuze", aldus de burgemeester. "Om die reden zullen wij de kosten die hieraan verbonden zijn vergoeden."

Nabestaanden in gesprek met organisatoren

Amersfoort wil de nabestaanden die daar behoefte aan hebben in gesprek laten gaan met de groep die de bijeenkomst opzette en bijwoonde. Die mensen blijven tijdens dat gesprek wel anoniem, stelt Bolsius, omdat de paranormale onderzoekers veel bedreigingen naar hun hoofd hebben gekregen, onder meer via sociale media.

"De groep heeft wel aangegeven met nabestaanden van enkele graven waarvan zij aangeven contact te hebben gehad met energieën van een overledene, een persoonlijk gesprek te willen", aldus de burgemeester.

De Nationale ombudsman concludeerde onlangs dat Amersfoort niet goed handelde door zomaar toestemming te geven voor de seance. De directeur van Rusthof stemde in met het verzoek van het paranormale onderzoeksteam. De gemeente stelde hem in december op non-actief, twee maanden nadat de zaak naar buiten was gekomen.