Ziekenhuizen zijn steeds meer in staat om reguliere zorg te verlenen doordat het aantal coronapatiënten klein is. Toch kan bijna een kwart van de ziekenhuizen (24 procent) de zogeheten kritiek planbare zorg niet altijd op tijd leveren, blijkt donderdag uit cijfers van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Vorige maand ging dat nog om iets meer dan de helft van de ziekenhuizen.

Die kritiek planbare zorg, bijvoorbeeld een openhartoperatie, moet binnen zes weken geleverd worden. Anders ontstaat gezondheidsschade die niet meer terug te draaien is.

De NZa ziet dat steeds meer ziekenhuizen aan die norm kunnen voldoen, maar toch lukt dat een op de vier ziekenhuizen nog niet.

De zorgautoriteit schat in dat ziekenhuizen 130.000 operaties moeten inhalen. De laatste twee maanden zijn 24.000 operaties uitgesteld.

De kritiek planbare zorg kan niet overal op tijd geleverd worden, omdat patiënten na een ingreep vaak nog enige tijd op de intensive care (ic) moeten verblijven. Daar is vanwege coronapatiënten niet altijd ruimte voor.

NZa constateert grote verschillen tussen regio's

Geplande operaties die niet kritiek zijn, zoals knie-, heup- en liesoperaties, kunnen vrijwel geheel volgens plan worden uitgevoerd. 87 procent van de ziekenhuizen kan die nu deels leveren. Vorige maand was dat nog maar de helft van de ziekenhuizen. 10 procent kan de planbare zorg volledig leveren.

Mensen die lang moeten wachten op een behandeling kunnen aan hun zorgverzekeraar vragen of zij elders eerder geholpen kunnen worden. De NZa constateert dat er grote regionale verschillen zijn en zeker als patiënten bereid zijn om wat verder te reizen, kunnen zij eerder worden geholpen.

Op de ic's liggen donderdag 233 coronapatiënten en 539 niet-coronapatiënten. Ter vergelijking: voor de coronacrisis waren gemiddeld 665 ic-plekken bezet.