Het recent gepubliceerde onderzoek naar het verraad van Anne Frank en haar familie is niet goed uitgevoerd, zeggen experts in gesprek met NU.nl. Zo is de bewijsvoering te dun en moet er meer onderzoek gedaan worden voordat een conclusie kan worden getrokken over de mogelijke verklaring. De experts zijn ook kritisch over de rol van de media (waaronder deze website), die de uitkomst van het onderzoek publiceerden zonder die voor te leggen aan historici.

Een coldcaseteam, onder leiding van voormalig FBI-rechercheur Vince Pankoke, heeft jarenlang onderzoek gedaan naar de mogelijke verrader van Anne Frank en haar familie in de Tweede Wereldoorlog. Afgelopen maandag brengen zij hun conclusie naar buiten: de Joodse notaris Arnold van den Bergh zou verantwoordelijk zijn voor het verraad van de familie.

Experts en geïnteresseerden reageren enthousiast op het speurwerk van het coldcaseteam, maar er klinkt ook kritiek. Nog diezelfde dag komt de Anne Frank Stichting met een verklaring over het onderzoek. Algemeen directeur Ronald Leopold uit onder meer zijn twijfels over de schrijver van het briefje en is kritisch op de bevindingen en de conclusie die over Van den Bergh is getrokken. "Je mag niet iemand de geschiedenis insturen als verrader van Anne Frank als je daar geen sluitend bewijs voor hebt", schrijft hij in de verklaring.

Wat was de conclusie van dit onderzoek?

  • Arnold van den Bergh, een Joodse notaris, zou een lijst met daarop het onderduikadres van Anne Frank hebben overhandigd aan de nazi's om zijn eigen familie te beschermen.
  • Die conclusie trekken de onderzoekers uit een kopie van een anoniem briefje dat bij Otto Frank, Annes vader, was bezorgd. Daarop stond dat Van den Bergh de schuilplaats van Anne Frank verraden had.
  • Het onderzoek werd groots opgepakt, ook door NU.nl. Nu blijkt ook dat de onderzoekers met sommige journalisten afspraken hadden gemaakt over de publicatie. Deze site heeft het onderzoek vooraf niet ingezien en publiceerde het bericht toen het nieuws naar buiten kwam.

'Bestaan onderduiklijsten onzeker'

Volgens historicus Laurien Vastenhout, werkzaam bij het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies, is het onderzoek onnauwkeurig uitgevoerd. "Het zit vol met losse eindjes en aannames die niet worden ondersteund. Zo is de bewijsvoering problematisch en de herkomst van het briefje is onbekend. Ook kunnen we niet met zekerheid stellen waarom het briefje gestuurd werd", vertelt Vastenhout.

In onderzoek naar de Joodse Raad, waar Van den Bergh lid van was, zijn bijvoorbeeld nog nooit onderduiklijsten gevonden. Het bestaan van dergelijke lijsten is dus onzeker, zegt de historicus.

Na de vondst van het briefje was er volgens Vastenhout sprake van tunnelvisie bij de onderzoekers. Het is belangrijk om voorzichtig te zijn met het trekken van conclusies en transparant te zijn. Daar was volgens de historicus geen sprake van in dit onderzoek.

De vader van Anne Frank, Otto, in het Achterhuis.

De vader van Anne Frank, Otto, in het Achterhuis.
De vader van Anne Frank, Otto, in het Achterhuis.
Foto: IISG.

'Journalisten blind gevallen voor sprookje'

De mediastrategie achter het onderzoek is voor Vastenhout een ander punt van kritiek. "Er werd geheimzinnig gedaan en informatie achtergehouden." Anne Frank is natuurlijk wereldwijd bekend en een dergelijk onderzoek is daarom erg interessant voor de media. Pas na de onthulling was er ruimte voor experts om kritiek te geven, zegt Vastenhout.

Ook Huub Wijfjes, als mediahistoricus verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen en de Universiteit van Amsterdam, sluit zich aan bij de kritiek. De situatie doet de hoogleraar denken aan de onthulling van het dagboek van Hitler in de jaren tachtig. Onder meer het gerespecteerde Duitse medium Stern meldde destijds dat de dagboeken van Hitler gevonden waren, en ook toen wisten onderzoekers die zich met het onderwerp bezighielden van niks. "Dat bleek na een week een volkomen uit de lucht gegrepen bewering te zijn", zegt Wijfjes. Hij voegt daaraan toe dat de bevindingen in het onderzoek naar Anne Frank zijn gebaseerd op serieus onderzoek, maar dat "die wel aan alle kanten rammelen".

De journalisten hadden volgens de mediahistoricus vragen moeten stellen. Daarnaast moeten ze oppassen met nieuws waaraan bronnen eisen verbinden. "Journalisten en kranten hebben zich onderworpen aan de exclusiviteitsbinding van de bron. Ze zijn blind gevallen voor het sprookje 'groot nieuws als het waar zou zijn'."