De Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) heropent het onderzoek naar het mortierongeluk in Mali in 2016. Bij het ongeluk kwamen twee Nederlandse militairen om het leven en raakte een derde ernstig gewond.

De OVV heeft bij het Openbaar Ministerie (OM) het feitenonderzoek van de Koninklijke Marechaussee (KMar) naar het incident opgevraagd. Dat verschilt namelijk van het feitenonderzoek van de OVV als het gaat om de technische toedracht van de vroegtijdige ontploffing van de granaat.

"Naar aanleiding van vragen van het radioprogramma Argos en in het kader van zijn eigen kwaliteitsbewaking hecht de Onderzoeksraad er belang aan na te gaan of er relevante nieuwe feiten zijn. Om die reden vraagt de Onderzoeksraad bij het OM het voor de Onderzoeksraad onbekende, tweede feitenonderzoek van de KMar op. Hiertoe wordt het onderzoek heropend", aldus de OVV.

De militairen Henry Hoving (29) en Kevin Roggeveld (24) kwamen op 6 juli 2016 om tijdens een oefening in Mali. Dat gebeurde toen de granaat van een 60 millimetermortier ontplofte. De OVV had na onderzoek van beide ongevallen harde kritiek op Defensie. Toenmalig minister Jeanine Hennis van Defensie trad na de verschijning van het rapport af.

Nabestaanden gaan om uitstel rechtszaak vragen

Omdat beide feitenonderzoeken niet eensluidend zijn over de toedracht, besloot het OM begin vorig jaar om geen medewerkers van Defensie strafrechtelijk te vervolgen. De nabestaanden van de slachtoffers besloten daarop naar de rechter te stappen om alsnog vervolging af te dwingen.

Die rechtszaak zou over twee weken zijn, maar de nabestaanden gaan vragen om die zaak uit te stellen, laat hun advocaat Michael Ruperti weten. Ze willen mogelijk nieuwe conclusies van de OVV kunnen meenemen in hun zaak. De nabestaanden zijn blij met het besluit van de OVV om het onderzoek te heropenen, zegt hij.

De nabestaanden van Hoving en Roggeveld hebben eerder een schadevergoeding van Defensie gekregen. Een woordvoerder van het ministerie laat weten dat Defensie de OVV alle medewerking zal verlenen.