De kans op een winter die zó koud is dat een Elfstedentocht erin zit, is sinds het begin van de twintigste eeuw grofweg gehalveerd, meldt het KNMI dinsdag. Door klimaatverandering zal de kans op een 'Tocht der Tochten' over Fries natuurijs in de toekomst alleen maar verder afnemen.

Hoeveel die kans precies afneemt, is afhankelijk van de verdere opwarming van de aarde.

Het is dinsdag precies 25 jaar geleden dat de laatste Elfstedentocht werd verreden. Hoewel het klimaat ongunstiger wordt, zou de tocht volgens het KNMI statistisch gezien toch nog ongeveer eens in de twaalf jaar tot de mogelijkheden moeten behoren. Begin vorige eeuw waren de omstandigheden nog ongeveer eens in de vijf jaar geschikt.

De deskundigen kijken alleen naar de kou die ten minste nodig is voor een Elfstedentocht. Ze houden als vuistregel aan dat de temperatuur in De Bilt gemiddeld over vijftien dagen lager moet zijn dan -4,2 graden. In werkelijkheid zijn meer factoren van belang. Zo moet het ijs dik genoeg zijn voor het aantal deelnemers. Ook kan het door lokale oorzaken gebeuren dat het ijs niet overal even sterk is. Harde wind en sneeuw zijn ongunstig.

Als de opwarming van de aarde beperkt blijft tot 2 graden, kan volgens het KNMI gemiddeld nog eens in de twintig jaar een Elfstedentocht worden verreden. "Als het echter niet lukt de opwarming te beteugelen, zijn er nog maar één à twee tochten mogelijk voordat de kans halverwege deze eeuw heel klein wordt", waarschuwen de klimaatexperts van het instituut.

Dat Nederland nu al een kwarteeuw wacht op de volgende editie, is volgens de deskundigen "pech". De kans op een periode van 25 jaar zonder geschikt Elfstedenweer is volgens hen maar 7 procent.