Deze dieren hebben een bewogen jaar achter de rug in Nederland
Terwijl mensen zo veel mogelijk thuis bleven, ging een aantal diersoorten flink de hort op in het afgelopen jaar. Zo had de Nederlandse otter voor het eerst contact met zijn Duitse soortgenoot, en zwom de bultrug wekenlang voor de Nederlandse kust. Maar ook onder de dieren was 2021 niet voor iedereen een gemakkelijk jaar om een plekje te vinden.
Otters steken de Duitse grens over
De onderzoekers melden dat ze in Nedersaksen sporen zagen van zeven Nederlandse otters. Ook in het Duitse Noordrijn-Westfalen doken Nederlandse marterachtigen op.
De bultrug komt na drie jaar terug naar de Noordzee
Na drie jaar van afwezigheid zwom afgelopen oktober weer een bultrug voor de Noordzee-kust van Nederland. Het zeezoogdier van 10 tot 15 meter lang is tientallen keren gezien in het stuk Noordzee tussen Camperduin en het nabijgelegen kustplaatsje Petten. Soms wel tot 100 meter van het strand.
Volgens Van den Berg heeft de toename te maken met het walvisverdrag uit 1980, waarin landen met elkaar afspraken geen walvissen meer te vangen. "Sindsdien is de walvispopulatie ontzettend aan het groeien." In de Noordzee eet het dier waarschijnlijk sprot. Dat zijn kleine haringen.
Wolven steeds nadrukkelijker aanwezig in Nederland
Hoewel het aantal wolven in Nederland niet precies bekend is, groeit het hard genoeg voor een nieuw Wolvenplan, dat provincies volgend jaar maken. Het Wolvenplan is onder andere de basis van de schaderegeling voor boeren wiens schapen of geiten worden aangevallen door een wolf. Het laatste Wolvenplan komt uit 2019.
Vleermuizen missen kraamplekjes door geïsoleerde huizen
Niet voor elk dier was 2021 een goed jaar. De Zoogdiervereniging ziet dat meer bebouwing geïsoleerd wordt, wat slecht uitpakt voor sommige vleermuissoorten. Zo ziet de laatvlieger, de op één na grootste vleermuissoort in Nederland, haar leefgebied afnemen. De vleermuis bivakkeert en baart namelijk onder dakpannen en in spouwmuren, ruimtes die door na-isolatie en renovatie steeds vaker ongeschikt worden.
Erik Korsten van de Zoogdiervereniging ziet dat het diertje kritisch is op de speciaal gemaakte beschermingsmiddelen zoals vleermuiskasten. "In een spouwmuur kunnen laatvliegers de warmte opzoeken van boven naar beneden", vertelt Korsten. "Dan is zo'n kast ter grootte van een schoenendoos minder comfortabel."
"Samen met bouwbedrijven en architecten kijken we hoe huizen zo geïsoleerd kunnen worden dat er ook nog plek is voor de vleermuis. Bijvoorbeeld door grotere ruimtes voor vleermuizen over te laten, of door geschakelde vleermuiskasten in te bouwen."
Jaarlijks gaan 150 vrijwilligers op pad met detectoren om de dichtheden en de verspreiding van de laatvlieger te meten. Zowel de dichtheid als de verspreiding van het diertje gaat achteruit, blijkt uit die metingen. De Zoogdiervereniging heeft de wintertelling van andere vleermuissoorten afgelopen jaar moeten overslaan vanwege corona. Deze winter gaan de tellers in aangepaste vorm wel op pad.


