Meer moordzaken met minderjarige verdachten: 'Ouders moeten niet wegkijken'
Het Openbaar Ministerie (OM) ziet steeds meer zaken waarin minderjarigen worden verdacht van moord of poging tot moord. Gerrit van der Burg, voorzitter van het College van procureurs-generaal, is bezorgd: "Ouders moeten niet wegkijken, maar het kind aanspreken."
Van den Burg vindt dat ouders hun kinderen op hun gedrag moeten aanspreken: "De kruimeldief van vandaag kan morgen iemand liquideren."
Van begin 2021 tot half november waren er 64 rechtszaken waarin minderjarigen werden verdacht van moord of poging tot moord. In dezelfde periode in 2020 noteerde het OM 25 soortgelijke zaken met minderjarige verdachten. In de categorie jongvolwassenen (18- tot en met 21-jarigen) gaat het om 76 zaken dit jaar, tegenover 51 in 2020. Een toename van 49 procent.
Ook in de categorie doodslag en poging daartoe is er een stijging te zien. Het gaat om een toename van 14 procent (van 202 naar 231 zaken).
Van der Burg wil meer onderzoek naar de oorzaken van deze stijgingen. "De jeugd heeft meer messen. Het is aan te nemen dat er een verband is tussen het groeiend aantal jongeren met messen of vuurwapens en geweld. Zeker in de puberleeftijd geldt: als je een mes bij je hebt, gebruik je het ook eerder. Daarnaast wordt in de drillrap geweld ook verheerlijkt."
