Ook aan de vrijheid van meningsuiting zit volgens experts een grens
Door recente uitspraken van onder anderen Erica Renkema en Thierry Baudet is de discussie over de vrijheid van meningsuiting in Nederland weer hoog opgelaaid. In een democratische rechtsstaat moet je kunnen zeggen wat je vindt, maar er zijn wel degelijk grenzen, zeggen experts tegen NU.nl.
De vrijheid van meningsuiting is in Nederland vastgelegd in artikel 7 van de Grondwet. Dit recht is ook opgenomen in andere internationale verdragen, zoals artikel 10 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Toch zorgt de interpretatie van die artikelen altijd weer voor discussie.
"Het is moeilijk om van tevoren te zeggen wat precies wel en niet mag", zegt Marloes van Noorloos, universitair hoofddocent strafrecht aan Tilburg University. Volgens haar moet alleen in een uiterst geval de afweging gemaakt worden door een rechter.
"Niet alles wat onwenselijk is, is ook strafbaar. En dat moet ook niet, want een groot deel van het maatschappelijk debat moet gewoon gevoerd kunnen worden, totdat men echt te ver gaat. Het is zeker niet zo dat de vrijheid van meningsuiting iemand altijd vrijpleit."
Ook Frederik Zuiderveen Borgesius, hoogleraar ICT en recht aan de Radboud Universiteit, meent dat elke uitspraak die discussie oplevert op zich bekeken moet worden.
"Zo'n ingewikkelde discussie is niet met een slogan samen te vatten. In sommige gevallen gaat het overduidelijk te ver, maar de discussie is vaak juist het hevigst bij randgevallen. Rechters zijn heel voorzichtig met meningen verbieden, en dat hoort ook in een democratische rechtsstaat. Maar in bepaalde gevallen mag de vrijheid van meningsuiting ook ingeperkt worden om de democratie te beschermen."
Dit valt niet onder de vrijheid van meningsuiting:
Verschil tussen burger en politicus
"Een verschil tussen politicus en burger staat niet specifiek in de wet, maar het wordt vaak wel meegewogen door de rechter", aldus Van Noorloos."Baudet is een parlementariër en moet vrij aan het debat kunnen deelnemen. Maar politici hebben een groot bereik. Dan kan het eerder consequenties hebben als je heftige uitspraken doet."
Zuiderveen Borgesius vindt dat van politici meer verantwoordelijkheid verwacht mag worden. "Aan de andere kant verdienen juist politici meer bescherming dan commerciële partijen, omdat zij een belangrijke rol hebben in onze democratie."
Van Noorloos wijst erop dat Renkema als bekende persoon een groot bereik heeft, net als Baudet. "Beiden plaatsen hun uitspraken binnen het maatschappelijke debat, maar binnen dat debat mag ook niet alles. Dan kan het meespelen of iemand een groot bereik heeft."
'Schaamteloos en lomp, maar niet verboden'
Beide experts benadrukken dat Baudet niet strafrechtelijk is vervolgd en veroordeeld, omdat het een civiele zaak betrof en er geen sprake was van een aangifte. Tegen Geert Wilders werd bijvoorbeeld wel aangifte gedaan toen hij zijn beruchte "minder Marokkanen"-uitspraak deed. De PVV-leider werd in 2016 schuldig bevonden aan groepsbelediging en het aanzetten tot discriminatie, maar vrijgesproken van aanzetten tot haat.
"Bij strafzaken zijn er meer concrete regels over wat voor uitingen verboden zijn", legt Van Noorloos uit. "Het civiel recht betreft burgers onderling. Daar is het wat meer open en afhankelijk van omstandigheden." Dat Renkema en Baudet (nog) niet strafrechtelijk vervolgd worden voor hun uitspraken, toont aan wat voor zwaar middel het is. De grens is zelden eenvoudig aan te geven.


