Onbewaakte spoorwegovergangen verdwijnen, maar dat gaat nog jaren duren
In Nederland gaan alle onbewaakte spoorwegovergangen verdwijnen. Maar als daarbij het tempo van 2020 wordt aangehouden, dan duurt het nog twintig jaar voordat ze allemaal zijn verdwenen.
In 2020 zijn 24 onbewaakte en 10 bewaakte overwegen opgeheven. Ook zijn er 10 onbewaakte overwegen van beveiliging voorzien. Daarmee zijn er minder overwegen opgeheven dan in 2019: toen werden 42 overwegen opgeheven en werden er 3 beveiligd.
Het Nederlandse spoor wordt tot de veiligste spoornetwerken in Europa gerekend, maar volgens de ILT zijn er zeker nog verbeteringen mogelijk om nieuwe slachtoffers te voorkomen.
Vorig jaar vonden er twintig zware ongevallen plaats op het spoor, waarvan tien bij een overweg. Bij alle ongevallen samen kwamen in totaal acht mensen om het leven en raakten drie mensen zwaargewond en elf mensen lichtgewond. De aantallen ongevallen en slachtoffers lagen iets lager dan in 2019, toen er elf dodelijke slachtoffers vielen.
Minder slachtoffers in coronatijd
Het aantal slachtoffers is klein ten opzichte van eerdere jaren. Dat komt door de coronamaatregelen. Treinen reden vorig jaar 8 procent minder kilometers dan in het jaar ervoor. Reizigers hebben in 2020 80 procent minder kilometers afgelegd per trein.
Het demissionaire kabinet wil de spoorwegwet wijzigen om daarmee de veiligheid bij onbewaakte spoorwegovergangen sneller te kunnen verbeteren. Het wil dat de Rijksoverheid de bevoegdheid krijgt om onbewaakte overwegen op te heffen of om te kunnen opleggen dat ze moeten worden aangepast. Nu ligt de bevoegdheid nog bij de gemeente waarin de overweg ligt.

