Strafeisen tot vier jaar cel voor groepsverkrachtingen Den Bosch
Het Openbaar Ministerie (OM) heeft vrijdag celstraffen tot vier jaar geëist tegen vijf mannen uit Den Bosch en Rosmalen. Justitie vindt ze schuldig in de geruchtmakende zaak over de Bossche groepsverkrachtingen, waarbij meisjes eerst zouden zijn gedrogeerd.
De officier van justitie vindt bewezen dat ze zich in april 2019 schuldig maakten aan de groepsverkrachting van een meisje van amper vijftien jaar. De hoogste eis was voor Faycal J. (21) uit Rosmalen. Hij zou ook schuldig zijn aan de verkrachting van een ander meisje van vijftien jaar, in januari 2019.
Woensdag werd tegen de destijds zeventienjarige hoofdverdachte al twee jaar cel geëist, waarvan acht maanden voorwaardelijk. De zes verdachten van nu 20 tot 26 jaar oud werden in december 2019 opgepakt.
De verkrachtingen zouden zijn gebeurd in een slaapkamer boven de 'chillruimte' in het garagebedrijf (foto) van de jongste verdachte. Het beeld dat vrijdag werd opgeroepen is dat de meisjes daar werden gedrogeerd. Daarna zouden ze zijn verkracht. "Ik kon mijn armen en benen niet meer bewegen. Volgens mij hebben ze iets in mijn drankje gedaan', zei één meisje bij de politie.
Aanwijzingen dat er meer slachtoffers zijn
In eerste instantie sprak de politie van drie slachtoffers, maar in het dossier zitten aanwijzingen dat nog meer meisjes slachtoffer zijn geworden. Eén meisje wilde uiteindelijk toch geen aangifte doen, onder meer uit angst voor de verdachten.
Ook de officier van justitie denkt dat er meer slachtoffers zijn. "Er werd wat afgeneukt bij de hoofdverdachte. En iedereen mocht meegenieten. Ze zagen de meisjes niet meer als persoon, maar als object. De slaapkamer zag blauw van de spermasporen; over de lakens, op het bed en over de wanden."
De mannen zelf hebben zich vooral beroepen op hun zwijgrecht en ontkenden seks te hebben gehad met de meisjes. Een van hen zegt wel dat hij op 22 april 2019 seks had, maar dat dat met instemming was. Volgens een van hun advocaten klopt er weinig van de aangiftes.
De uitspraak is op 31 januari.
