Een kwart van de hoogleraren aan Nederlandse universiteiten is vrouw, blijkt uit de Monitor Vrouwelijke Hoogleraren 2021 (pdf), die donderdag wordt gepresenteerd. Niet eerder was het aandeel vrouwelijke hoogleraren zo hoog. Europees gezien bevindt Nederland zich echter in de onderste regionen.

Het duurt nog tot 2040 tot er evenveel mannelijke als vrouwelijke hoogleraren op de universiteiten werken, verwacht het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren. Er studeren meer vrouwen dan mannen af aan universiteiten, maar onder promovendi ligt die verhouding nog anders.

Onder de hoogleraren zijn volgens het netwerk aanzienlijk meer mannelijke dan vrouwelijke zestigplussers. "In de komende jaren dient zich een grote uitstroom aan van mannen die met emeritaat gaan; ruimte dus voor het benoemen van vrouwen op deze posities", aldus het netwerk, dat dit jaar twintig jaar bestaat.

"Het is een goede zaak dat de stijging van vrouwelijke wetenschappers doorzet en dat het aantal vrouwelijke hoogleraren voor het eerst op één op vier zit", vindt voorzitter Pieter Duisenberg van Universiteiten van Nederland.

"We zetten ons ook de komende jaren in voor een evenwichtige man-vrouwverdeling in de academische gemeenschap en streven naar één op drie in 2025", aldus Duisenberg. Toen de organisatie werd opgericht was het percentage vrouwelijke hoogleraren slechts 6,5 procent.