Kinderen van Indonesiërs die tussen 1945 en 1950 door Nederlandse troepen zijn geëxecuteerd tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog, kunnen sinds oktober 2020 van de Nederlandse Staat een vergoeding van 5.000 euro krijgen. Het ministerie van Defensie zei in november van dit jaar dat die regeling breed is bekendgemaakt in Indonesische media, maar dat blijkt een te rooskleurige voorstelling van zaken.

Ons land heeft de mogelijkheid niet actief onder de aandacht gebracht in Indonesische media, antwoorden de ministeries van Defensie en Buitenlandse Zaken op vragen van NU.nl.

Defensie weet van slechts één Indonesisch medium dat de mogelijkheid tot de vergoeding heeft gemeld: een Engelstalige editie van het nieuwsweekblad Tempo. In dat artikel wordt echter niet vermeld hoe kinderen van ouders die zonder proces door Nederland zijn geëxecuteerd aanspraak kunnen maken op die schadevergoeding.

Buitenlandse Zaken en Defensie zeggen de Nederlandse advocaat Liesbeth Zegveld, die nabestaanden bijstond, over de regeling te hebben geïnformeerd. Ook zou advocaat Irwan Lubis, die nabestaanden namens Comité Nederlandse Ereschulden (Komite Utang Kehormatan Belanda; KUKB) vanuit Indonesië bijstaat, op de hoogte zijn gebracht. Zegveld bevestigt aan NU.nl dat de ministeries contact met haar hebben gezocht over de regeling.

In het eerste jaar sinds kinderen van geëxecuteerde Indonesiërs aanspraak kunnen maken op 5.000 euro schadevergoeding, hebben negentien nabestaanden dat ook gedaan. Alle aanvragers komen van het eiland Bali, waar Nederland onder meer gebruikmaakte van martelkampen tijdens de onafhankelijkheidsoorlog.