Veel vooruitgang tijdens 75 jaar COC: 'Maar acceptatie is nog flinterdun'
Het COC bestaat vandaag 75 jaar. Wat begon als een kleinschalige leesclub, groeide uit tot de belangrijkste belangenbehartiger van de lhbtiq+-gemeenschap in een sterk veranderd land. Maar hoewel er in die tijd veel is gewonnen, duurt de strijd om échte maatschappelijke acceptatie van lhbtiq+'ers voort.
In de beginjaren van het COC was het algemene beeld van lhbtiq+'ers radicaal anders dan nu, schetst Rob Gras (87), die in de jaren zestig bestuurslid was bij de organisatie. "Er werd breed geloofd dat homoseksuelen gevaarlijk waren: ze zouden jonge jongens willen verleiden ook homo te worden. Dat klopte natuurlijk van geen kant."
Omdat homoseksualiteit een groot taboe was, bleef Gras net als veel andere lhbtiq+'ers in de kast. Wel wisten ze zich te verenigen, bijvoorbeeld bij het COC in Amsterdam. "Dat was in die tijd vooral een gezelligheidsvereniging, waar de deuren gesloten waren voor 'buitenstaanders'. Het was een heel andere wereld: mannen konden er zorgeloos met andere mannen dansen."
Maandenlang werden er gesprekken en lezingen georganiseerd. "Pas toen we echt met elkaar in gesprek gingen, kwamen we erachter dat homoseksualiteit niet het probleem was van de homoseksuelen. Het probleem lag bij de mensen die zich er geen raad mee wisten."
COC ging activistische koers varen
"Vanaf dat moment hebben we onze mantel afgegooid en is het COC activistischer geworden", zegt Gras.
Het COC maakte zich in de jaren erna onder meer hard voor de afschaffing van artikel 248bis van het Wetboek van Strafrecht, dat jongens en meisjes moest beschermen tegen 'homoseksuele verleiding'. Concreet verbood het artikel seksueel contact met iemand van het gelijke geslacht onder de 21 jaar, terwijl die grens voor hetero's 16 jaar was.
In de jaren tachtig en negentig richtte de organisatie zich vooral op de hiv/aids-epidemie. Ook pleitte het COC samen met andere organisaties voor antidiscriminatiewetgeving, wat in 1994 resulteerde in de Algemene wet gelijke behandeling.
Sinds het begin van deze eeuw maakt het COC zich hard voor wat de organisatie de derde fase van lhbtiq+-emancipatie noemt. De non-discriminatienormen die in de wet zijn verankerd, moeten nu ook door de maatschappij gedragen worden.
Benno Premsela ontving op 21 juni 1995 een Zilveren Anjer uit handen van prins Bernhard voor zijn bestuurlijke inzet voor de emancipatie van homoseksuelen. | Beeld: ANP'De acceptatie is flinterdun'
Hoe staat het er nu voor? "De afgelopen 75 jaar hebben we veel vooruitgang geboekt", zegt Marie Ricardo, directeur van het COC. "In de jaren zestig zei 40 procent van de samenleving problemen te hebben met lhbtiq+-identiteiten, nu is dat 6 procent."
De acceptatie is volgens hen* echter 'flinterdun': "De samenleving zegt grotendeels achter lhbtiq+-rechten te staan, maar als lhbtiq+'ers hand in hand lopen, roept dat hele andere reacties op."
Dat is terug te zien in de cijfers. Zo krijgen zeven op de tien lhbtiq+'ers te maken met verbaal of fysiek geweld. Volgens Ricardo komt dat deels door toegenomen zichtbaarheid van lhbtiq+-identiteiten. "Het is veel waard dat de zichtbaarheid is toegenomen, maar het laat ook een keerzijde zien. Voor een groep is het nieuw en voelt het bedreigend en dat leidt soms tot uitsluiting en geweld."
Enkele andere beloften uit het akkoord
COC wil nadrukkelijker inzetten op rol van verbinder
Met het COC wil Ricardo de komende tijd nadrukkelijker inzetten op de rol van verbinder. "We moeten ervoor zorgen dat we met elkaar in gesprek blijven. Het is logisch dat niet iedereen, zowel binnen als buiten de gemeenschap, alles begrijpt over bijvoorbeeld non-binaire identiteiten. We moeten elkaar op een respectvolle manier leren begrijpen."
Die allereerste uitgave van het COC-tijdschrift Dialoog, met het thema confrontatie met het vreemde, is volgens Gras onverminderd actueel. "Mensen reageren nog steeds emotioneel op iets dat vreemd voor hen is, dat is een ingebakken menselijk gegeven. Het punt is dat die reactie niet hoeft te worden omgezet in vooroordelen."


