Het landelijk netwerk van vrijwilligers die met een automatische externe defibrillator (aed) kunnen helpen bij een hartstilstand, is volgens de Hartstichting gegroeid tot 245.000 personen. Vier jaar geleden waren dat er nog 170.000. Ook het aantal aed's is de afgelopen jaren flink gegroeid. Verspreid over het land hangen er nu bijna 24.000, tegenover 12.000 vier jaar geleden.

Volgens de Hartstichting is hiermee een landelijk dekkend reanimatienetwerk gerealiseerd. "We kunnen nu echt zeggen dat waar je ook bent in Nederland, je binnen zes minuten gereanimeerd kunt worden", laat een woordvoerder aan NU.nl weten. Behandeling in die eerste zes minuten biedt de grootste kans op overleven.

Burgerhulpverleners zijn volgens de Hartstichting ook gemiddeld 2,5 minuten sneller ter plaatste dan een ambulance. De tijd tussen een melding bij 112 en die bij reanimatieoproepsysteem HartslagNu is de afgelopen jaren gedaald van 1 minuut en 36 seconden naar 51 seconden.

Uit onderzoek van het Amsterdam UMC valt op te maken dat meer mensen een hartstilstand thuis overleven, aldus de Hartstichting. Bijvoorbeeld in Veiligheidsregio Noord-Holland Noord, waar langdurig onderzoek werd gedaan, steeg de overlevingskans bij een hartstilstand thuis van 26 naar 39 procent doordat de meldkamers ook burgerhulpverleners opriepen.

De Hartstichting denkt dat een dergelijke stijging landelijk ook te zien zal zijn. "Het geeft echt wel aan hoe de overlevingskansen groter worden", aldus de woordvoerder van de stichting.

De resultaten van het onderzoek door het Amsterdam UMC met reanimatiegegevens vanaf 2008 zijn gepubliceerd in het tijdschrift European Heart Journal. De Hartstichting steunde het onderzoek.

Door inzet burgerhulpverleners krijgen slachtoffers sneller hartschok

De onderzoekers stellen dat de meeste mensen die een hartstilstand krijgen op dat moment thuis zijn. De onderzoeksresultaten laten zien dat de inzet van burgerhulpverleners ervoor zorgt dat slachtoffers van een hartstilstand thuis sneller hulp krijgen. De tijd tussen de melding bij de meldkamer en de eerste schok om het hartritme te herstellen, daalde van 11 minuten en 42 seconden naar 9 minuten en 18 seconden.

Het aantal mensen dat nog niet gereanimeerd was voordat de ambulance aankwam, daalde van 22 procent naar 9 procent. Bij 16 procent van de patiënten dienden burgerhulpverleners met een aed de eerste schok toe om het hartritme te herstellen.

Jaarlijks worden volgens de Hartstichting circa zeventienduizend mensen buiten het ziekenhuis getroffen door een hartstilstand. Eind vorige eeuw was de overlevingskans van deze groep nog 9 procent, nu is die bijna 25 procent.