De opvanglocaties voor asielzoekers in het land zitten overvol. Daarnaast denkt het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) volgend jaar nog eens dertienduizend nieuwe opvangplekken nodig te hebben. Om dit soort situaties in de toekomst te voorkomen, is een nieuw, flexibel opvangsysteem nodig, zegt COA-bestuursvoorzitter Milo Schoenmaker tegen NU.nl. Niet alleen worden mensen dan in betere omstandigheden opgevangen, ook is dat systeem goedkoper.

Op dit moment zitten er bijna 35.000 mensen in de opvanglocaties van het COA. Zij verblijven niet alleen op vaste locaties, maar ook op plekken die binnen een paar maanden (of zelfs weken) weer dicht moeten. Ook komen er volgend jaar weer nieuwe mensen naar Nederland. Om hen allemaal op te kunnen (blijven) vangen, zijn er minimaal dertienduizend extra plekken nodig, berekende het COA. En dat is in het gunstigste geval.

"Het is zeker een flinke opgave", zegt Schoenmaker. De bestuursvoorzitter benadrukt dat de organisatie de laatste maanden al te maken had met een stijging in het aantal asielzoekers. "We hebben inmiddels wel ervaring met grote opgaven. Maar die voor 2022 is nog iets groter."

De organisatie loopt ertegenaan dat ze stijgingen in het aantal asielzoekers moeilijk op kan vangen. "Het is het ultieme bewijs dat een nieuw systeem nodig is", concludeert Schoenmaker.

Relatief rustige jaren en te weinig plek

Het is niet de eerste keer dat de opvanglocaties zo vol zitten. In 2015 was er zelfs zo weinig plek, dat er sprake was van crisisnoodopvang. Vluchtelingen werden opgevangen op aangewezen noodlocaties, waaronder sporthallen. Toen zei het COA al "dit niet weer te willen", maar toch is hetzelfde nu weer het geval. Hoe kan dat?

Schoenmaker wijst erop dat er een aantal relatief rustige jaren zijn geweest. Door het coronavirus kwamen minder mensen naar Nederland. In de tussentijd waarschuwde het COA al voor een mogelijke stijging van het aantal asielzoekers na de eerste coronagolven en het gevolg daarvan: te weinig opvangplekken.

Dat heeft te maken met het systeem waarmee COA de opvang betaalt. De organisatie krijgt het geld hiervoor namelijk via het Rijk, die het COA betaalt per asielzoeker. Als het COA bijvoorbeeld vijfduizend asielzoekers opvangt in vijf asielzoekerscentra, dan krijgt het geld voor vijfduizend asielzoekers. Daalt dat aantal naar vierduizend, dan krijgt het COA ook minder geld. "Dat betekende in het verleden dat we gedwongen waren een van die vijf opvangcentra te sluiten", legt Schoenmaker uit.

'Stabiele financiering is goedkoper en zorgt voor betere omstandigheden'

Schoenmaker pleit er nu voor deze financiering stabiel te houden, zodat de mogelijkheid er is om de reguliere opvangcentra open te kunnen blijven houden, ook als het rustiger is.

De ruimte die dan beschikbaar komt, kan beschikbaar worden gesteld aan studenten, arbeidsmigranten of mensen die met spoed een verblijfplaats nodig hebben. Die mensen zouden dan een kostendekkende huur betalen. Daar verdient het COA dan niks aan, maar op deze manier worden de plaatsen goed benut én blijven ze beschikbaar als de instroom van asielzoekers weer stijgt, aldus de bestuursvoorzitter.

Zo'n systeem is niet alleen stabieler, maar ook goedkoper, zegt Schoenmaker. Op dit moment vangt het COA de asielzoekers op in tijdelijke locaties als evenementenhallen en cruiseschepen, maar ook in vakantiepark Duinrell.

"Dat zijn dure oplossingen", vindt Schoenmaker. Dat komt niet alleen door de huur van deze locaties, ook zit er veel geld in het geschikt maken van de opvanglocatie. Dat bleek ook uit onderzoek dat het COA liet uitvoeren. "Dat regelen is per definitie duurder dan het gebruik van langdurige locaties. Met reguliere panden en opvangplekken ben je over de hele linie goedkoper uit."

Omstandigheden in noodopvang verre van ideaal

Daarnaast zijn de omstandigheden in de noodopvang verre van ideaal, beaamt Schoenmaker. "De mensen in de noodopvang zitten veilig, droog en warm en krijgen voldoende eten en drinken. Maar veel meer dan de basisbehoefte is het niet". Hij zegt "ook veel liever" te zien dat deze mensen kunnen verblijven op plekken zoals de reguliere opvanglocaties, waar meer faciliteiten zijn en bijvoorbeeld ook mogelijkheid tot recreatie is.

"Daar ontbreekt het nu aan. Dit is niet goed voor de mensen en ook niet voor onze medewerkers. Zij begrijpen dat het zo moet, maar hebben ook veel moeite met de kwaliteit die wij gedwongen zijn te leveren. Het is een stimulans voor de gemeenten om ons te helpen aan betere locaties."