Een groot deel van de Nederlandse rooms-katholieke parochies heeft te maken met financiële problemen, blijkt dinsdag uit onderzoek van Trouw en onderzoekscollectief Spit. Van alle 640 kerkgemeenschappen staan er bijna acht op de tien in het rood.

Het ging vorig jaar om een verlies van in totaal 15 miljoen euro, becijferde de krant. Als oorzaken van de financiële problemen worden de coronacrisis, vergrijzing en ook ontkerkelijking genoemd.

De rooms-katholieke kerk is met 3,7 miljoen leden dan wel het grootste kerkgenootschap van het land, maar veel mensen houden het bij een lidmaatschap op papier. Nog maar zo'n 4 procent van alle katholieken (ongeveer 150.000 mensen) gaat regelmatig naar de kerk.

De parochies moeten het vooral hebben van bijdragen van kerkleden. Zo betalen drie op de tien parochieleden elk jaar een bijdrage via de Actie Kerkbalans. Die bijdragen leverden vorig jaar bijna 66 miljoen euro aan inkomsten op. Een jaar eerder ontvingen de kerkgemeenschappen nog 73 miljoen euro aan bijdragen.

De collecteopbrengsten vielen veel lager uit door corona

Dat er minder bijdragen binnenkwamen, heeft volgens Trouw te maken met de coronacrisis. Een groot deel van het jaar kwamen er veel minder mensen naar de fysieke kerkdiensten, waardoor er ook minder geld werd opgehaald tijdens die diensten.

Tegelijkertijd hadden de kerken wel kosten, zoals de salarissen van de medewerkers en het onderhoud van de gebouwen.

De verliezen hebben gevolgen voor het totale vermogen van de gemeenschappen. Veel kerkgemeenschappen hebben daarom maatregelen genomen om de kosten te drukken, bijvoorbeeld door samen te gaan met een andere kerkgemeenschap. Ook zijn honderden kerkgebouwen verkocht.