Nederland heeft tussen 1945 en 1949 inwoners van Bali gemarteld in gevangenkampen, waar ook vele Balinezen zijn geëxecuteerd. Dat blijkt uit onderzoek van historicus Anne-Lot Hoek. Volgens Hoek hield Nederland de martelingen en executies van Indonesische onafhankelijkheidsstrijders bewust verborgen.

Het onderzoek van Hoek toont voor het eerst aan dat Nederland een stelsel van martelkampen had. De Nederlandse regering concludeerde in 1969 nog dat Nederland zich tijdens de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog "correct" had gedragen. Dat standpunt werd in 2008 door het ministerie van Buitenlandse Zaken herhaald.

Maar volgens Hoek "keken gezagdragers weg, deden mee, stimuleerden of gaven zelfs opdrachten om te martelen of te doden".

"Het is belangrijk voor de Nederlandse samenleving om te begrijpen waar koloniaal denken en handelen na de Tweede Wereldoorlog in Indonesië toe leidde en wat de impact daarvan is geweest op de Indonesische bevolking", zegt Hoek tegen NU.nl.

Uit Hoeks onderzoek blijkt dat naast de 25 gevangenkampen, schoolgebouwen, politiebureaus en andere locaties waar gevangenen werden gemarteld, er ongeveer 25 andere locaties waren waar gevangenen verbleven.

Op Bali werkten de Nederlandse militairen nauw samen met Balinese vorsten die trouw waren gebleven aan het Nederlandse gezag. Zij hadden eigen gewapende milities en kampen. De Nederlanders keken weg, terwijl onafhankelijkheidsstrijders daar zwaar werden gemarteld. Hoek noemt het "schrijnend" dat Nederlandse gezagdragers er niet voor terugdeinsden om Balinezen "op koloniale wijze" tegen elkaar te bewapenen.

Sigarettenpeuken in huid uitgedrukt

Een Balinese overlevende van de martelkampen vertelde Hoek dat een Balinese bewaker tijdens zijn gevangenschap veelvuldig sigarettenpeuken in zijn huid uitdrukte. De Nederlanders die daar opdracht toe hadden gegeven, zag hij slechts af en toe rondlopen op de plek waar hij vastzat.

Een andere nabestaande vertelt: "Van de doden waren hun vingertoppen, uiteinden van hun neuzen en oren afgesneden en weggegooid."

Voor haar promotieonderzoek maakte Hoek gebruik van archieven, brieven en dagboeken. Ook sprak de historicus de afgelopen zeven jaar met honderdtwintig Nederlandse en Indonesische ooggetuigen, onder wie veteranen die nog in leven waren en nabestaanden van omgekomen vrijheidsstrijders.

Het resultaat is het boek De strijd om Bali. Imperialisme, verzet en onafhankelijkheid 1846-1950, dat donderdag verschijnt.

De jaarlijkse herdenking bij het oorlogsmonument in het Balinese Marga in 2014.

De jaarlijkse herdenking bij het oorlogsmonument in het Balinese Marga in 2014.
De jaarlijkse herdenking bij het oorlogsmonument in het Balinese Marga in 2014.
Foto: Anne-Lot Hoek

Regering wacht resultaten groot onderzoek af

Het onderzoek van Hoek loopt vooruit op de resultaten van een groot door Nederland betaald onderzoek naar de periode van 1945 tot 1950 in Indonesië. De resultaten worden in februari 2022 verwacht.

De regering wacht die resultaten af voordat opnieuw wordt geoordeeld over het handelen van het Nederlandse leger in Indonesië. Dat laten de ministeries van Defensie en Buitenlandse Zaken weten aan NU.nl.

De Nederlandse Staat werd in 2019 aansprakelijk gesteld voor het geweld van het leger in Indonesië. Daarbij kon de Staat zich niet beroepen op verjaring van de feiten. Nieuwe feiten kunnen meespelen bij de vergoeding die negentien kinderen van op Bali geëxecuteerde Indonesiërs hebben gevraagd.

Het ministerie van Defensie gaat ervan uit dat veel meer dan negentien ouders door Nederland zonder proces zijn geëxecuteerd, liet het begin november weten aan NU.nl.

Volgens Hoek was er geen vooropgezet plan om een stelsel van martelkampen op te zetten. Door de felle tegenstand tegen de terugkeer van de Nederlanders na de Japanse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog was dat echter wel waar het op uitdraaide. "Een groot gedeelte van de bevolking had geen zin in een koloniale herbezetting", zegt Hoek tegen NU.nl.