De afdeling bestuursrecht van de Raad van State maakte vrijdag excuses aan de slachtoffers van de toeslagenaffaire. Het is het resultaat van tien maanden van terugkijken en evalueren, vertelt voorzitter Bart Jan Ettekoven aan NU.nl.

In een zaal vol journalisten trok Bart Jan Ettekoven op vrijdagochtend het boetekleed aan. "We zijn wakker geschud, de toeslagenaffaire heeft ons diep geraakt", zei hij.

De afgelopen maanden heeft de afdeling bestuursrecht uitgebreid teruggekeken op de eigen rol in de toeslagenaffaire. Eerdere uitspraken zijn bekeken en er is met ouders, advocaten, rechters en anderen gesproken om te onderzoeken wat er mis is gegaan.

Het zelfonderzoek vond plaats op verzoek van de parlementaire ondervragingscommissie-Van Dam, die onderzoek deed naar de toeslagenaffaire.

Wat is de afdeling bestuursrecht van de Raad van State?

  • De afdeling bestuursrecht is de hoogste bestuursrechter die uitspraken doet in conflicten tussen burgers en de overheid.
  • Dat gebeurt bijvoorbeeld als burgers bezwaren hebben tegen de komst van windmolenparken of megastallen, maar ook worden uitspraken gedaan in het vreemdelingenrecht.
  • De eerste beslissingen worden vaak genomen door gemeenten of provincies, waarna de burger via de rechter of rechtstreeks bij de afdeling bestuursrecht belandt.

Na afloop van de persconferentie spreekt Van Ettekoven met NU.nl over het rapport Lessen uit de kinderopvangtoeslagenzaken. Het rapport luidt het einde in van een periode van reflectie, van met elkaar onderzoeken waar het fout is gegaan.

"Nederland is opgeschud door de toeslagenaffaire", zegt Van Ettekoven. "Wetgever, parlement, ministeries, Belastingdienst en ook rechters, we krijgen er allemaal flink van langs. We willen allemaal dat het wél goed functioneert, niet voor onszelf maar voor het in stand houden van de democratische rechtsstaat."

Al in 2015 luidde de rechtbank in Rotterdam de alarmbel: die stelde vast dat er dingen misgingen bij de kinderopvangtoeslagen. Waarom hebben jullie dat signaal niet opgepakt?

"Die uitspraak uit Rotterdam is niet aan ons voorbijgegaan, ze hebben daar destijds een brief over geschreven aan ons. We gingen ook in steeds meer zaken schikken, omdat we in individuele zaken al wel zagen dat de terugvordering wel erg fors was. Dus tussen partijen werden afspraken gemaakt in plaats van de strenge regels volgen. Dan had je kunnen denken: 'Is hier niet iets anders mee aan de hand?'"

Waarom gebeurde er dan niks?

"Als hoogste bestuursrechter hebben wij een verantwoordelijkheid voor het bieden van vastigheid, dus rechtseenheid en rechtszekerheid. We slaan piketpalen hoe we deze zaken behandelen. Dat is belangrijk. En dus hielden we vast aan de gekozen lijn."

Was er dan geen interne discussie tussen de rechters onderling?

"Er waren juristen en rechters die zeiden: er is een andere kant aan dit verhaal, wat doen we daar dan mee? Maar de meerderheid zei dat we veel belang hechten aan vastigheid in de rechtspraktijk en dat heeft lang en achteraf te lang de boventoon gevoerd. De strenge geluiden overheersten."

En in welk kamp zat u?

"Ook ik heb mijn handtekening gezet onder uitspraken waarin die strenge lijn is toegepast."

Heeft u daar achteraf spijt van?

"Zeker, we zijn niet tijdig van koers veranderd. We zijn te lang in de strenge groef blijven hangen. Dan is de uitkomst op een gegeven moment niet goed meer uit te leggen en dat gebeurde helaas bij de kinderopvangtoeslag."

Tijdens de presentatie van het rapport uitte u stevige kritiek op de afdeling Toeslagen van de Belastingdienst.

"Dossiers werden door de afdeling Toeslagen vaak incompleet aangeleverd. En dan zeiden ouders: onze stukken zitten er niet bij, die hebben we ingeleverd bij uw regiokantoor. Volgens de Belastingdienst waren die er helemaal niet. Dan volgde een welles-nietesdiscussie."

"Dat kan natuurlijk een keer misgaan, maar we hebben achteraf in de gesprekken die we hebben gevoerd in het kader van de reflectie dit verhaal een aantal keren teruggehoord. Het is dus een meer structureel probleem. Dat lees je ook in het rapport van de rechtbanken, dat de dossiers die ze daarbinnen kregen chaotisch waren. Daar ging het dus al mis."

Moeten jullie hierover niet gaan praten met de Belastingdienst?

"Dat moet zeker gebeuren. De afgelopen maanden hebben we het onderzoek gericht op ons eigen functioneren en vroegen we medewerkers van de Belastingdienst hoe wij het als rechters gedaan hebben. Nu deze periode van reflectie voorbij is, zullen we ook met hen om de tafel moeten gaan zitten om hierover te praten. Want zo gaat het niet."

Veel ouders hadden geen advocaten, ze stonden alleen tegenover de machtige Belastingdienst. Wat vindt u daar terugkijkend van?

"Je ziet in het onderzoek dat de rechtbanken vorige maand hebben uitgebracht dat heel veel ouders die geen recht hadden op een advocaat voortijdig stopten met een procedure. Ze konden het griffierecht niet betalen, dienden te laat hun beroep in of begrepen niet dat ze binnen een bepaalde termijn hun verhaal op papier moesten zetten. Ze krijgen dan ongelijk in hun rechtszaak en lieten het erbij zitten. Dat is niet goed. De staat moet misschien wel royaler zijn en meer geld geven voor de gesubsidieerde rechtsbijstand."

Ouders die bij jullie de zaak op milde wijze schikten met de Belastingdienst, bleken later bij de civiele rechter door de Belastingdienst achtervolgd te worden, waardoor ze alsnog duizenden euro's moesten terugbetalen.

"Als een zaak geschikt is, dan is het bij ons weg. Het vervolg zagen we dus niet meer. Die zogenoemde dwanginvorderingen waren enorme dreunen voor ouders. We gaan kijken naar een systeem waarin we partijen na een schikking langer blijven volgen en na een paar maanden kijken hoe het gaat."

Hoe gaan jullie voorkomen dat dit opnieuw gebeurt?

"We zullen bijvoorbeeld veel meer het interne debat voeren, meer luisteren naar minderheidsstandpunten. We gaan meer praten met mensen buiten de Raad van State en zorgen dat we eerder belangrijke signalen en informatie krijgen van de Nationale ombudsman, de rechtbanken, de rechtswetenschap. We zullen ons kritischer gaan opstellen tegenover overheidsorganen: dossiers die worden behandeld moeten compleet zijn."

"Als er mensen komen zonder advocaat, zullen we daar extra aandacht voor hebben, mensen ook de kans geven een mogelijk gemaakte procedurefout te herstellen. En als een toepassing van een wet te streng uitpakt, moeten we altijd kijken of die hardheid kan worden weggenomen of beperkt. Verder moeten we op tijd bijstellen als de omstandigheden wijzigen."

Bij de afdeling bestuursrechtspraak dienen ook vreemdelingenzaken, waarbij asielzoekers vinden dat ze recht hebben op verblijf in Nederland. Eerder dit jaar hebben vreemdelingenadvocaten de noodklok geluid. Ze vergeleken de situatie in hun praktijk met die van de toeslagenouders.

"80 procent van onze aandacht in het onderzoek is gegaan naar de kinderopvangtoeslagenzaken. Maar we hebben in het kader van de reflectie ook gevraagd aan de buitenwereld naar andere knelpunten. We hebben tachtig reacties gekregen, waarvan we er vijfentwintig hebben geselecteerd. En daarvan zijn er zestien knelpunten die gaan over het vreemdelingenrecht."

En wat gaan jullie daarmee doen?

"We zijn superalert op het moment. Dus als we nu zaken binnenkrijgen die vallen onder een van die zestien knelpunten, dan krijgen die wel een rondje extra aandacht. Er worden kritische noten gekraakt in de richting van de staatssecretaris en de IND (Immigratie- en Naturalisatiedienst, red.). Maar niet alleen daar. Op alle rechtsgebieden waar wij rechter zijn, zie je dat we een tandje strenger en strakker zijn. En dat we kritischer zijn als een individuele burger zonder advocaat tegenover de machtige overheid staat."