Er komt een onderzoek naar vermeende beïnvloeding van het Koninklijk Huis in de strafzaak tegen Julio Poch, schrijft demissionair minister van Justitie en Veiligheid Ferd Grapperhaus dinsdag in een Kamerbrief.

De Tweede Kamer had gevraagd om een onafhankelijk onderzoek. Eerder concludeerde de commissie-Machielse al dat het Koninklijk Huis mogelijk geprobeerd heeft invloed uit te oefenen op het onderzoek naar de Transavia-piloot.

Poch zat acht jaar in voorarrest vast in Argentinië op verdenking van betrokkenheid bij dodenvluchten in de jaren zeventig.

Roelof Jan Mansholt, de toenmalige vicevoorzitter van Eurojust, verklaart tegenover de commissie dat hij in 2007 werd gebeld door een medewerker uit de kringen van het Koninklijk Huis die zich afvroeg of "die zaak tegen die Argentijnse piloot nou wel nodig was". Zij vervolgde dat het "zo pijnlijk was voor Máxima". Jorge Zorreguieta, de vader van Máxima, was landbouwminister tijdens het regime van de Argentijnse dictator Jorge Videla.

Die opmerking over Máxima schoot Mansholt in het verkeerde keelgat, zo verklaarde hij tegenover de commissie. "Ik denk dat de zaak veel pijnlijker is voor de slachtoffers die uit het vliegtuig zijn gegooid en de nabestaanden." Mansholt verzocht de medewerker een "met redenen omkleed schriftelijk verzoek" in te dienen. Dat is er nooit gekomen.

Onderzoek naar hoe meer mensen dit konden weten

Minister Grapperhaus heeft Alexander Rinnooy Kan aangesteld als onderzoeksleider van de commissie. Het onderzoek richt zich op twee zaken.

Zo wordt onderzocht hoe het kon dat het strafonderzoek naar Poch in 2007 bekend was bij personen buiten het Openbaar Ministerie en de Nationale Recherche. Daarnaast wordt er gekeken naar de betekenis van de door Mansholt gedane uitlatingen in zijn gesprek met de commissie-Machielse.