De vader van Nicky Verstappen zei woensdag in zijn slachtofferverklaring dat de 23 jaar durende strijd om de dader van de dood van hun zoon achter de tralies te krijgen "slopend en mensonterend" is. Bij het hof van Den Bosch vond de eerste dag van de inhoudelijke behandeling van het hoger beroep plaats.

De 59-jarige verdachte Jos B. was woensdag een stuk spraakzamer in zijn verklaringen dan bij de rechtbank. Hij blijft echter volhouden niks met de dood van Nicky in 1998 te maken te hebben.

B. herhaalde dat hij destijds iets had opgemerkt toen hij stond te plassen bij een boom op de Brunsummerheide in Limburg. Hij ging op onderzoek uit en vond naar eigen zeggen het lichaam van Nicky. Hij controleerde of de elfjarige jongen nog leefde, maar dit was niet het geval.

Uit angst om de schuld te krijgen voor de dood van Nicky vanwege zijn zedenverleden, verzweeg B. zijn vondst. Pas in 2020 legde hij een videoverklaring af over wat er volgens hem gebeurd is.

Een verklaring voor hoe zijn DNA-sporen in de binnen- en buitenkant van de onderbroek van Nicky zijn terechtgekomen, heeft B. niet. Zijn uitleg werd eerder door de rechtbank niet geloofd. Die veroordeelde hem vorig jaar tot in totaal 12 jaar cel voor het seksueel misbruiken van Nicky en zijn vrijheidsberoving met de dood tot gevolg. Daar kwam nog een half jaar cel bij op voor het bezit van kinderporno.

'In groot zwart gat gevallen'

Voor de familie Verstappen staat vast dat B. achter de dood van hun zoon zit. In zijn slachtofferverklaring liet vader Peetje Verstappen weten dat de familie moe is van dit alles. En daar kwam ook nog het verlies van vertrouwenspersoon Peter R. de Vries bij.

De misdaadjournalist die op 15 juli overleed aan de gevolgen van een aanslag op zijn leven op 6 juli, stond de familie Verstappen jarenlang bij. "Peter was altijd de drijvende kracht achter alles", aldus Peetje. "Nu hij er niet meer is vallen we in een groot zwart gat."

Het hoger beroep tegen B. gaat maandag 15 november verder met het requisitoir van het Openbaar Ministerie (OM). De verdediging komt 17 november aan het woord. Wanneer de uitspraak is, is nog niet bekend.