Het lukt instellingen in de geestelijke gezondheidszorg (ggz) niet meer om de lange wachttijden weg te werken. Voorzitter van de Nederlandse ggz Ruth Peetoom luidt zaterdag in Trouw de noodklok en geeft toe dat het de sector niet zelfstandig lukt om het probleem op te lossen.

Zorgaanbieders hadden eerder nog de indruk dat de lange wachtlijsten zelf op te lossen waren. Er werden verschillende initiatieven gelanceerd om dit voor elkaar te krijgen, maar door de uitbraak van COVID-19 is de situatie volgens Peetoom "zo penibel geworden" dat de sector het niet meer alleen kan.

Er zijn nu bijna 30.000 mensen die langer wachten op psychische hulp dan is toegestaan volgens zogenoemde Treeknormen, bleek uit de laatste cijfers van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).

Uit de recentste cijfers blijkt dat er bovendien steeds meer vraag is naar psychische hulp. Zo deden een stuk meer jeugdigen (15 procent) een beroep op de jeugdpsychiatrie, waar de wachtlijsten soms al maandenlang zijn. Ook het aantal volwassenen dat psychische hulp nodig heeft, is na een kleine dip tijdens de coronacrisis weer terug op het oude niveau.

Tekort van zo'n 3.500 tot 6.800 werknemers

De geestelijke gezondheidszorg kampt daarbovenop ook met personeelsproblemen. Het verzuim is groot en vooral het langdurige verzuim neemt toe, waarschuwt de branchevereniging. Er zijn nu circa drieduizend medewerkers langdurig ziek. Daarnaast bleek uit eerdere prognoses over 2021 dat er een tekort is van zo'n 3.500 tot 6.800 werknemers, schrijft Trouw.

Volgens Peetoom vraagt de huidige situatie om een andere aanpak van werken door de ggz. "Het is allerminst een vrijbrief om te zeggen; nou, dan moet de rest het maar oplossen. Wij leunen niet achterover: het is alle hens aan dek."

De voorzitter zegt in de krant dat het onvermijdelijk is dat er een debat komt over wat wel en niet onder de geestelijke gezondheidszorg valt. Alleen zo kan de zorg voor de meest kwetsbare mensen doorgaan, benadrukt Peetoom. "Het is een nare boodschap, maar het is een reële boodschap."