Leerlingen in de onderbouw van de middelbare school liepen dit voorjaar gemiddeld 27 weken achter op leesvaardigheid in het Nederlands, zo blijkt uit cijfers van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Vmbo'ers hebben een grotere achterstand dan vwo'ers.

Vmbo'ers in de onderbouw van de middelbare school liepen dit voorjaar gemiddeld een heel schooljaar achter wat betreft leesvaardigheid, terwijl dit bij vwo'ers zo'n negen weken was. Waarom de achterstanden in het vmbo zoveel groter zijn dan in het vwo is nog niet onderzocht. Ook met rekenen lopen scholieren vaak achter, gemiddeld zo'n veertien weken.

Demissionair minister Arie Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs) bevestigt dat de achterstanden groot zijn, maar benadrukt dat als een leerling een achterstand van een jaar heeft, dit niet automatisch betekent dat het ook een jaar kost om de achterstanden in te halen. Dit kan volgens Slob sneller.

Het is niet bekend hoeveel tijd het inhalen gaat kosten. Middelbare scholen en basisscholen krijgen samen zo'n 5,8 miljard euro om de achterstanden die door de lockdowns zijn ontstaan weer in te halen. Volgens voorzitter Paul Rosenmöller van de vereniging voor scholen in het voortgezet onderwijs (VO-raad) bevestigen de cijfers van het ministerie dat er inderdaad geld nodig was voor deze achterstanden. De VO-raad benadrukt daarentegen wel dat het lerarentekort veruit het grootste obstakel is voor het snel inhalen van de corona-achterstanden.

Achterstanden op de basisschool kleiner

Ook kinderen op de basisschool lopen achter met taal en rekenen, maar dit lijkt wel minder ernstig dan op de middelbare school. In het basisonderwijs valt op dat vooral de verschillen tussen leerlingen groter zijn geworden. "Hoe lager het opleidingsniveau van de ouders, hoe groter de leervertraging", aldus het ministerie.

Voorzitter Freddy Weima van de vereniging voor scholen in het basisonderwijs (PO-Raad) vertelt aan NU.nl dat de invloed van het opleidingsniveau van de ouders op de kansen van leerlingen al langer een probleem is. Door de coronacrisis is de kansenongelijkheid wel groter geworden.

De basisscholen zijn minder lang dicht geweest dan de middelbare scholen. Tijdens de coronacrisis zijn de basisscholen ongeveer dertien weken helemaal dicht geweest en vier weken gedeeltelijk. De middelbare scholen waren negentien weken helemaal dicht en nog eens negentien weken gedeeltelijk.