De Nederlandse bevolking groeide in het derde kwartaal voor het eerst weer net zo sterk als in dezelfde periode in 2019. Dat is volgens onderzoekers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) met name een gevolg van migratie. Wat ook meespeelde, was dat het aantal geboortes hoger lag dan het aantal sterfgevallen.

In het derde kwartaal van dit jaar groeide de bevolking met bijna 59.000 inwoners. Dat is vergelijkbaar met de groei in het derde kwartaal van 2019. In de eerste twee kwartalen was de bevolkingsgroei nog duidelijk zwakker dan in de periode voor de uitbraak van COVID-19.

Er werden in het afgelopen kwartaal tienduizend meer kinderen geboren dan er mensen overleden. Migratie verklaart de rest van de bevolkingsgroei.

In juli, augustus en september kwamen 49.000 meer migranten deze kant op dan er vertrokken naar het buitenland. Het aantal immigranten was groter dan in 2020, maar kleiner dan in het piekjaar 2019. Maar doordat dit jaar minder mensen verhuisden naar het buitenland dan in dezelfde periode in 2019, was de door migratie veroorzaakte bevolkingsgroei toch sterker.

In de eerste negen maanden van dit jaar waren Syriërs de grootste groep migranten, gevolgd door mensen uit Polen. Opvallend was dat meer mensen uit Nederland naar het Verenigd Koninkrijk verhuisden dan andersom. Dat was ook al in 2020 het geval. In de jaren daarvoor was juist het omgekeerde aan de hand. Dat hangt volgens socioloog Tanja Traag van het CBS mogelijk samen met de Brexit, al is daar geen hard bewijs voor.

In 2020 was de bevolkingsgroei gehalveerd als gevolg van het coronavirus. Door reisbeperkingen kwamen weinig migranten deze kant op. Ook overleden door de uitbraak van COVID-19 veel meer mensen dan gebruikelijk.