In de laatste dagen voor de val van de Afghaanse hoofdstad Kaboel is de frustratie onder Nederlandse diplomaten tot een hoogtepunt gestegen. Ze wilden lokaal ambassadepersoneel en hun familieleden naar Nederland evacueren, maar bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) ontbrak de urgentie. Dit blijkt uit dinsdag vrijgegeven stukken. Woensdag debatteert de Tweede Kamer over het evacuatiebeleid.

De IND is vlak voor de val van Kaboel dagenlang bezig met het beoordelen van dossiers van personeelsleden van de Nederlandse ambassade in Kaboel en hun familieleden. Steeds weer worden nadere vragen gesteld.

De diplomaten, die steeds verontrustendere berichten over de oprukkende Taliban krijgen, worden ongerust. Waarom lopen ze in Den Haag niet harder? Ze vermoeden een politiek meningsverschil over migratie- en asielbeleid waar hun collega's het slachtoffer van dreigen te worden. "We kunnen ons personeel - uitgezonden of lokaal - niet opofferen aan partijpolitiek polderen."

Bij de ambassade in Kaboel werken naast Nederlandse diplomaten ook honderd Afghaanse medewerkers. Ze zijn directe collega's van de uitgezonden Nederlanders. Omdat ze voor de Nederlanders werken, worden ze regelmatig bedreigd. Ook moest een medewerker uit angst voor geweld verhuizen.

Als steeds duidelijker wordt dat de Taliban de macht zullen gaan overnemen, doen de diplomaten er alles aan om hun collega's en hun familieleden naar Nederland te krijgen. En dan niet alleen de kerngezinnen (vader, moeder en minderjarige kinderen), maar ook inwonende familieleden als grootouders.

De diplomaten stuiten in Nederland bij het kabinet op tegenstand. Eerder geëvacueerde tolken mochten alleen het kerngezin meenemen, dus waarom zou dat bij lokaal ambassadepersoneel anders gaan? Is het principe niet gelijke monniken, gelijke kappen? De ambassade levert op verzoek van de IND dossiers aan die moeten bewijzen dat ook deze familieleden onder de zogenoeamde hardheidsclausule vallen. Hierover, zo blijkt uit dinsdagavond vrijgegeven stukken, wordt uitgebreid gecorrespondeerd.

Kabinet wilde 'zeer restrictief beleid'

Op 11 augustus, vier dagen voor de val van Kaboel, wordt in Den Haag over het lokale personeel en de familieleden gesproken. Aanvankelijk leek het alsof de komst van de kerngezinnen naar Nederland was geregeld. Maar daarover wordt pas een week later beslist, zo horen diplomaten tijdens het overleg.

Over afhankelijke personen en de extended family's wil de IND pas daarna een besluit nemen. Daar blijft het niet bij: tijdens een bewindspersonenoverleg op diezelfde dag wordt besloten dat maar drie van de zestig familieleden mee naar Nederland mogen. "Waarop dit getal is gebaseerd, is onduidelijk", schrijft een diplomaat.

Tijdens het kabinetsoverleg wordt besloten vast te houden aan het "zeer restrictieve beleid", zo staat in de Kamerbrief die dinsdag is verstuurd. De ambassade moet nog een keer naar de lijst van te evacueren familieleden kijken. Ben Knapen, de huidige demissionaire minister van Buitenlandse Zaken, stelt in antwoorden op vragen dat het getal drie "niet absoluut" was bedoeld, maar meer als indicatie dat terughoudendheid gewenst was. Uit de vrijgegeven mails blijkt dat diplomaten het wel degelijk zo letterlijk hebben opgevat.

Rekening houden met complex krachtenveld in coalitie

Bij het ministerie van Buitenlandse Zaken zijn ze ontstemd over de gang van zaken. In een mail die duidelijk aan ambassadeur Caecilia Wijgers is gericht (hoewel haar naam is weggelakt), schrijft een ambtenaar van het ministerie van Buitenlandse Zaken dat ze zich "maximaal zullen inspannen" om zo veel mogelijk familieleden alsnog naar Nederland te krijgen. Daarbij moet volgens de ambtenaar wel rekening worden gehouden met "een complex krachtenveld in de coalitie". Hierbij wordt ongetwijfeld gerefereerd aan de diepgaande meningsverschillen over het asiel- en migratiebeleid tussen D66 en ChristenUnie aan de ene kant en de VVD aan de andere kant.

Opvallend is dat een dag later - een dag voor de val van Kaboel - een diplomaat noteert dat de IND "op werkniveau" uitstekend samenwerkt. "Daar ligt geen enkel knelpunt." Met andere woorden: de ambtenaren kunnen het onderling goed met elkaar vinden, het probleem ligt op politiek niveau.

Maar het geduld is in Kaboel wel op. In een ander bericht schrijft een diplomaat dat de IND weliswaar van goede wil is, maar noemt het een "onaanvaardbaar groot risico" dat er aanvullende informatie van lokaal personeel wordt geëist voordat de reispapieren in orde kunnen worden gemaakt. Daarvoor moeten interviews worden afgenomen en dat kan pas op 16 of 17 augustus. Maar tegen die tijd zijn de Taliban in de stad en proberen duizenden mensen in paniek via het vliegveld te vluchten.

Op dat moment is al dagen duidelijk dat de val van de stad aanstaande is. Het onbegrip over het gebrek aan een gevoel van urgentie bij de IND blijkt dan ook uit de volgende zin: "Ik weet niet of onze regering dat uitstel nog wil en kan nemen."

Uiteindelijk weigert ambassadeur Wijgers te kiezen wie wel en wie niet mee mogen. Op 14 augustus, een dag voor de val van Kaboel, besluit het kabinet alsnog alle familieleden van het lokale personeel te evacueren.