Een eerste veldproef heeft aangetoond dat eikenprocessierupsen zich minder voortplanten in bomen waarop speciale feromonen zijn aangebracht. Door de geurende sekslokstoffen raken mannetjes zo in de war dat zij de vrouwtjes niet meer kunnen vinden. Dat meldt het Kenniscentrum Eikenprocessierups in Nature Today.

De proef bestond uit 2.000 bomen waarop onderzoekers een feromonenconcentraat aanbrachten tijdens de vliegperiode van de eikenprocessievlinder. In vergelijking met andere bomen bleef de voortplanting hier met minstens de helft achter. Ook waren de rupsen ongeveer de helft kleiner.

"De geurstoffen, zogenoemde feromonen, bootsen de geurstof na die de vrouwelijke vlinder uitscheidt om mannelijke vlinders te lokken om mee te paren", legt het kenniscentrum uit. Het voordeel ten opzichte van andere bestrijdingsmiddelen is dat de geurstof "soortspecifiek" is. Dat betekent dat het alleen het paringsproces van de eikenprocessievlinder beïnvloedt en niet dat van andere vlindersoorten.

Het effect van de proef was het grootst in bomen die op beschutte plekken stonden, omdat de geurstoffen daar beter op bleven zitten. Dat maakt het gebruik van feromonen mogelijk geschikt voor de stad, waar het minder waait. Wel moet de bestrijdingsmethode eerst verder worden verfijnd en goedgekeurd. Dat proces kan nog jaren duren.

De brandhaartjes van de eikenprocessierups zorgen voor jeuk bij mensen. Er bestaan al veel methodes om de overlast van de rups te beteugelen. Op veel plekken worden de boomkronen bespoten met bacteriën, maar dat doodt ook andere rupsen.

Correctie: in een eerdere versie van dit bericht stond dat er in acht bomen is getest, maar dit waren acht locaties met in totaal 2.000 bomen.