Rechters vinden dat ze burgers onvoldoende beschermden in toeslagenaffaire
Doordat rechters vaak de kant kozen van de fiscus, leverden ze "een wezenlijke bijdrage aan het in stand houden van de spijkerharde uitvoering" van de regels van de kinderopvangtoeslag. Ouders moesten hierdoor zelfs voor de kleinste fouten alle kinderopvangtoeslag terugbetalen.
Zo stond in een vonnis van de rechtbank Midden-Nederland uit 2015 dat ouders 27.554 euro moesten terugbetalen omdat ze een bedrag van 77,32 euro niet hadden betaald. "Een dergelijk openstaand bedrag is, hoe klein ook, gelet op de jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, voldoende om de hele kinderopvangtoeslag terug te vorderen", aldus de bestuursrechter in die zaak.
De evaluatie werd de afgelopen zes maanden uitgevoerd door de Werkgroep Reflectie Toeslagenaffaire, onder leiding van rechter Jan van Catsburg (rechtbank Midden-Nederland). De werkgroep bekeek alle 16.753 kinderopvangtoeslagen die tussen 2010 en 2019 aan bestuursrechters werden voorgelegd.
Ouders in hoger beroep vaak alsnog in ongelijk gesteld
Daaruit bleek dat gedupeerde ouders in nog geen kwart van de gevallen (23,2 procent) gelijk kregen van de rechter. In hoger beroep werden zij vaak alsnog in het ongelijk gesteld. Bestuursrechters gaven ouders hierdoor vaak ongelijk, omdat ze hen niet blij wilden maken met een "dooie mus", aldus de evaluatie. Hierdoor bleven rechters de 'alles-of-nietsuitleg' van de Raad van State volgen.
Het werd ouders bovendien extra lastig gemaakt doordat zij in veel gevallen moesten procederen zonder advocaat of rechtsbijstand, omdat zij daar bij bezwaarprocedures in toeslagenzaken geen recht op hebben.


