De 57-jarige Israëliër Daniel E. is in hoger beroep vrijgesproken van de moord op Miriam Sharon (36) in 1990, waarvoor het Openbaar Ministerie (OM) veertien jaar cel had geëist. Omdat de verjaringstermijn voor doodslag is verstreken, kan het gerechtshof in Den Haag maandag niet oordelen of er wel sprake van doodslag was.

Het slachtoffer werd op 8 oktober 1990 in haar woning aan de Regentesselaan in Den Haag om het leven gebracht. De politie kon de zaak destijds niet oplossen. Het Haagse coldcaseteam kreeg E. in een hernieuwd onderzoek als verdachte in beeld. Hij zou speciaal naar Nederland zijn gereisd om Sharon te doden.

De rechtbank veroordeelde E. tot veertien jaar voor moord. Het OM wilde dat het hof dit vonnis bevestigde. Maar het hof kan niet vaststellen of sprake is geweest van voorbedachte raad. Wat zich in 1990 in de woning van de vrouw precies heeft afgespeeld, kan volgens het hof op basis van de beschikbare informatie niet worden vastgesteld.

In 1990 gold voor doodslag nog een verjaringstermijn, die inmiddels is verlopen. Het OM hield rekening met deze uitkomst en had het hof twee weken geleden gevraagd zich in dat geval wel expliciet uit te laten over de rol van E. bij de dood van Sharon. Justitie deed dit verzoek "in het belang van de kinderen van Miriam Sharon, voor wie boven op het verdriet om hun moeder nog immer de vraag leeft wie verantwoordelijk is voor haar dood".

Maar het hof komt niet aan de wens van de nabestaanden tegemoet: "Het hof begrijpt de wens van de nabestaanden om antwoord te krijgen op de (hypothetische) vraag of de verdachte zou zijn veroordeeld ter zake van doodslag op hun moeder in geval dat misdrijf niet zou zijn verjaard." Maar omdat de zaak wel is verjaard, laat het hof zich niet uit over de schuld van E.

Het hof stelde E. in 2019 op vrije voeten, omdat er op dat moment niet genoeg aanwijzingen voor moord waren.