Een team van wetenschappers onder leiding van Heidi Jacobs heeft in de hersenstam een minuscuul gebied geïdentificeerd dat een verhoogd risico op het ontstaan van de ziekte van Alzheimer kan aangeven, tot wel dertig jaar voordat de eerste symptomen zich voordoen. Dat maakt Maastricht University, waaraan Jacobs verbonden is, donderdag bekend.

De bevindingen van het team zijn vorige week gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Science Translational Medicine.

Het gaat om de zogeheten locus coeruleus, ook wel blauwe kern genoemd. Dit minuscule gebied kan alleen in beeld gebracht worden met speciale MRI-apparatuur. Het team van Jacobs is daar voor het eerst in geslaagd.

Door middel van scans hebben ze ontdekt dat het tau-eiwit, dat volgens onderzoekers een belangrijke rol speelt in de ontwikkeling van de ziekte van Alzheimer, zich in de blauwe kern begint te verspreiden. Dit is in sommige gevallen al dertig jaar eerder zichtbaar dan de eerste symptomen van de ziekte.

Tau-eiwit,zorgt voor een schadelijke eiwitkluwen in de hersencellen van een alzheimerpatiënt. Jacobs en haar team zijn erin geslaagd een verband vast te stellen tussen de ophoping van tau-eiwit en de verslechtering van het geheugen.

"We hebben kunnen laten zien dat veranderingen in de locus coeruleus tijdens de jonge volwassenheid samenhangen met ophopingen van het tau-eiwit en geheugenproblemen die typerend zijn voor de ziekte van Alzheimer", schrijft Jacobs, die tevens verbonden is aan de Harvard Medical School in de VS.

"Onze bevindingen tonen bovendien aan dat deze vroege veranderingen in de locus coeruleus niet horen bij normale veroudering, maar mogelijk de ontwikkeling van de ziekte van Alzheimer aangeven."