Artsen merken kindermishandeling bij heel jonge kinderen vaak niet op. Vooral bij baby's is het aantal gemiste diagnoses groot, meldt NPO Radio 1-onderzoeksprogramma Argos zaterdag op basis van een analyse van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en de Universiteit van Amsterdam (UvA).

Om tot hun bevindingen te komen, bestudeerden onderzoekers van het NFI en de UvA 37 medische dossiers uit strafzaken rond kinderen tot twee jaar. Daaruit zou blijken dat eerdere signalen van kindermishandeling bij twee op de vijf kinderen over het hoofd zijn gezien.

Voorbeelden van die signalen zijn onverklaarde botbreuken en blauwe plekken. In sommige gevallen zagen kinderen meerdere artsen voordat een dokter het letsel opmerkte.

Een forensisch arts bij het NFI zegt in Argos dat hij zich zorgen maakt, met name om de hele jonge kinderen die met hersenletsel in het ziekenhuis terechtkomen. Verder zegt hij dat ongeveer 30 procent van de kinderen met toegebracht hersenletsel al eerder met ander letsel of een klacht in het ziekenhuis is geweest. Dit percentage volgens de arts overeen met dat uit eerdere onderzoeken over dit onderwerp.

De onderzoekers concluderen dat het stellen van een juiste diagnose na een melding over kindermishandeling ingewikkeld is. Dit geldt voor zowel fysieke mishandeling als emotionele mishandeling en verwaarlozing, stellen zij.

Ook uiten zij in het onderzoeksprogramma hun zorgen over het aantal meldingen over mogelijke kindermishandeling, dat in de coronatijd sterk steeg. Zo ontving meldpunt Veilig Thuis in 2020 bijna zevenduizend meldingen meer dan in het jaar ervoor. Het ging om in totaal ruim 62.000 vermoedens van kindermishandeling.

Verbetering: In een eerdere versie van dit bericht stond in de laatste alinea dat Veilig Thuis vorig jaar bijna tweeduizend meldingen méér kreeg dan in 2019. Dit is onjuist: het zijn er bijna zevenduizend meer.