Burgemeester Jan van Zanen van Den Haag wil komende jaarwisseling geen totaalverbod op consumentenvuurwerk in zijn stad invoeren. Dat laat hij namens het stadsbestuur weten na onderzoek naar de voorkeuren van inwoners van de stad, waaruit blijkt dat het aantal voorstanders voor een verbod grofweg gelijk is aan het aantal tegenstanders.

"Gelet op uit de uitkomsten van het onderzoek is het college op dit moment niet voornemens om voor komende jaarwisseling een stedelijk vuurwerkverbod in te stellen", schrijft Van Zanen in een brief aan de lokale politiek. "Onze voorkeur gaat ernaar uit om een dergelijk verbod landelijk te regelen. Dat zorgt voor meer duidelijkheid voor bewoners, vuurwerkverkopers en degenen die het verbod moeten handhaven."

Volgens Van Zanen is een landelijk verbod effectiever. "Een stedelijk vuurwerkverbod verbiedt het afsteken, maar niet de verkoop van vuurwerk en het bij zich dragen van vuurwerk. Dat bemoeilijkt de handhaving van het verbod."

Het stadsbestuur hoopt ook op de doorgang van de vreugdevuren. Die konden de afgelopen twee jaar niet doorgaan. Het eerste jaar kregen de organisatoren geen vergunning omdat er na het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid over de vonkenregen te weinig tijd was om de vreugdevuren te regelen. Afgelopen jaar konden de vreugdevuren niet doorgaan wegens de coronamaatregelen.

Eerder werd bekend dat Rotterdam, Amsterdam en Utrecht wel aan een stadsbreedverbod op vuurwerk voor consumenten werken. Onduidelijk is nog hoe dit er precies uit komt te zien. Landelijk is het inmiddels verboden om vuurpijlen en knalvuurwerk af te steken.