De voormalig Argentijns-Nederlandse piloot Julio Poch krijgt definitief geen genoegdoening van de Nederlandse Staat voor de acht jaar dat hij in voorarrest zat op verdenking van het uitvoeren van 'dodenvluchten' voor het Argentijnse regime. Daarom start zijn advocaat Geert-Jan Knoops een bodemprocedure tegen de Staat, meldt de NOS dinsdag.

Poch werd in Argentinië verdacht van betrokkenheid bij de zogenoemde dodenvluchten in de jaren tachtig, waarbij tegenstanders van de militaire dictatuur uit vliegtuigen werden gegooid. Na jaren in voorarrest te hebben gezeten, werd de piloot vrijgesproken.

Nederland kon Poch niet uitleveren omdat hij ook de Nederlandse nationaliteit had, maar voorzag Spanje en Argentinië wel van informatie over een vlucht die Poch maakte naar Valencia, waar hij werd opgepakt door de Spaanse autoriteiten. Een commissie deed onderzoek naar de zaak en oordeelde eerder dit jaar dat de overheid rechtmatig heeft gehandeld.

Knoops wil dat de rechter alsnog vaststelt dat Nederland wel degelijk medeverantwoordelijk is voor de door Poch geleden schade, en dat Nederland daar dus ook aansprakelijk voor is.

Kamer in debat met Grapperhaus over de zaak

De Tweede Kamer debatteert dinsdag over de kwestie. D66 en de SP willen dat demissionair minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) met Poch in gesprek gaat over een vergoeding. De Kamer probeerde jarenlang vruchteloos om documenten over de zaak in te zien.

De commissie die onderzoek deed naar de zaak rond Poch concludeerde ook dat er in 2007 uit de hoek van het Koninklijk Huis een "vruchteloze poging" werd gedaan om te "interveniëren in het onderzoek". De persoon die deze poging deed, zou hebben gezegd dat de situatie pijnlijk was voor koningin Máxima, wier vader deel uitmaakte van het regime in de jaren tachtig.

De rijksrecherche besloot in maart van dit jaar om de zaak niet verder te onderzoeken. Als er al sprake zou zijn van een strafbaar feit, dan is dit volgens een woordvoerder van het Openbaar Ministerie (OM) verjaard.