Nederlanders die hun achternaam willen veranderen omdat de naam een link heeft met slavernij, lopen nu nog tegen hoge rekeningen en papierwerk aan. De gemeente Utrecht vindt dat onwenselijk en wil dat het mensen met een dergelijke achternaam makkelijker wordt gemaakt die te wijzigen. Desnoods betaalt de gemeente op initiatief van de gemeenteraad de rekeningen zelf, meldt ze aan NU.nl.

Wie in Nederland een andere achternaam wil, kan hiertoe een verzoek indienen bij Justis, de screeningsdienst van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Dat kost minimaal 835 euro.

Wanneer je bijvoorbeeld 'Poepjes' heet, hoef je niet te bewijzen dat je last hebt van je achternaam. Maar bij achternamen die hun oorsprong hebben in het koloniale verleden van Nederland, is ook een psychologisch onderzoek verplicht.

Beide bedragen kunnen samen oplopen tot duizenden euro's. Als het verzoek wordt afgewezen, ben je het geld alsnog kwijt.

Voorbeelden van achternamen met een mogelijke koloniale achtergrond

  • Sommige achternamen zijn gebaseerd op die van een voormalige slavenhouder. Denk aan 'Vriesde', afgeleid van 'De Vries'. Of 'Kenswil', van 'Wilkens'.
  • Voormalig tot slaaf gemaakten kregen soms een achternaam gebaseerd op een Europese stad. Bijvoorbeeld 'Barneveld' of 'Seedorf', maar ook 'Madretsma', 'Amsterdam' achterstevoren.
  • Ook vonden Nederlandse ambtenaren de namen van plantages in sommige gevallen geschikt als achternaam. 'Eendragt' is een voorbeeld.
  • Voormalig tot slaaf gemaakten mochten van een Nederlandse commissie die over de achternamen oordeelde geen typisch Nederlandse achternamen hebben, zoals 'Janssen'. Dat leverde veel Nederlands klinkende achternamen op zoals 'Berghout', 'Lepelblad' en 'Wijntak'.

Utrecht verwacht in december meer te weten over de kosten

Utrecht stoort zich aan de hoge kosten, en is daarin niet de enige gemeente. Samen met Amsterdam, Rotterdam en Den Haag pleitte de gemeente er bij het Rijk voor om de kosten voor naamswijziging vanwege het koloniale verleden van tafel te krijgen.

Utrecht verwacht in december te weten hoeveel inwoners hun achternaam zouden willen veranderen en of de gemeente hiervoor zelf de kosten kan opbrengen. Het onderzoek hiernaar is op initiatief van de Utrechtse gemeenteraad, die in juli een motie hierover aannam.

Ook in Amsterdam en Rotterdam loopt de discussie over het eventueel gratis maken van een naamswijziging vanwege de koloniale geschiedenis. De gemeenteraadsfractie van GroenLinks in Den Haag heeft schriftelijke vragen gesteld aan het Haagse stadsbestuur over dit onderwerp.

Naar aanleiding van vragen van de gemeenteraden van Amsterdam en Rotterdam onderzoekt het ministerie van Justitie en Veiligheid hoeveel mensen mogelijk een andere achternaam willen vanwege de slavernij.

In een jaar slechts één verzoek naamswijziging wegens slavernij

In 2020 is 2.863 keer een verzoek tot naamsverandering ingediend. Sinds september 2020 is slechts één verzoek ingediend omdat de naam een link met slavernij had.

Volgens het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis (NiNsee) is het "te kort door de bocht" om te concluderen dat het onderwerp daarom niet speelt, laat bestuursvoorzitter Linda Nooitmeer weten aan NU.nl. Deskundigen op het gebied van het Nederlands naamrecht beamen dat.

Emeritus hoogleraar Rechtsvergelijking en Internationaal Privaatrecht René de Groot adviseerde het ministerie in 2009 over het versoepelen van het naamrecht. De jurist valt NiNsee bij.

"De hoge kosten voor een naamswijziging kunnen voor mensen die dat zouden willen een grote hobbel opwerpen", zegt De Groot tegen NU.nl. "Daardoor kan een vertekend beeld ontstaan."