Het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) en het Centraal Joods Overleg (CJO) doen aangifte tegen de Militariabeurs in Houten vanwege de verkoop van spullen die aanzetten tot haat en geweld, naar aanleiding van beelden hiervan in Kassa.

Tijdens de uitzending van Kassa was zaterdagavond te zien dat op de beurs nazivoorwerpen verkocht worden, zoals dolken met hakenkruizen en SS-leuzen, bustes van Adolf Hitler en Duitse eremedailles met hakenkruizen erop.

Ook werd er een Jodenster met de gegevens van de draagster verkocht voor een bedrag van 2.500 euro. "Walgelijk", oordeelt CJO-voorzitter Ronny Naftaniel. Hij ziet de beurs als een verheerlijking van het nazigedachtegoed en vindt het ernstig om te zien "dat er aan deze verwerpelijke ideologie zo veel geld wordt verdiend".

Gaston Vrolings, die de beurs organiseert, is op zijn beurt verbaasd over de aangifte. "Al veertig jaar bestaan deze beurzen en het zijn doodgewone verzamelaars die de beurs bezoeken", zegt de organisator die vindt dat de beurs een educatief doel dient. Hij laat weten dat er altijd handhavers van de gemeente op de beurs rondlopen.

'Verspreiding voorwerpen met discriminerende uiting verboden'

De Nationaal Coördinator Antisemitisme, Eddo Verdoner, sluit zich aan bij de kritiek van het CIDI en CJO, en noemt het "naïef om te denken dat het hier alleen gaat om een aantal stoffige verzamelaars". In de uitzending van Kassa roept hij demissionair minister Ferd Grapperhaus (Justitie en Veiligheid) op om de wet aan te scherpen, zodat dit soort beurzen niet meer gehouden kunnen worden.

Grapperhaus heeft in een reactie aangegeven dat "het anders dan ten behoeve van zakelijke berichtgeving verspreiden of ter verspreiding in voorraad hebben van voorwerpen waarin een discriminerende uiting is vervat", strafbaar is volgens het Wetboek van Strafrecht.

Verder zegt de minister "graag het gesprek aan te willen gaan" over dit onderwerp.