Vrouw moet 2.835 euro bijstand terugbetalen vanwege gekregen boodschappen
Een vrouw uit de Noord-Hollandse gemeente Wijdemeren moet van de Centrale Raad van Beroep zo'n 2.835 euro aan bijstand terugbetalen omdat haar moeder lange tijd boodschappen voor haar deed. De gemeente had ingezet op een bedrag van zo'n 7.000 euro.
De gemeente schatte de waarde van de gekregen boodschappen op dat bedrag. De vrouw hoeft uiteindelijk minder terug te betalen, omdat de gemeente niet kon bewijzen dat de vrouw in bepaalde periodes daadwerkelijk boodschappen ontving.
Daarnaast heeft de gemeente besloten de aanklacht te laten vallen over een gedeelte van de periode waarin de vrouw vermoedelijk boodschappen ontving.
Overigens moet de gemeente een schadevergoeding van 200 euro betalen aan de vrouw, vanwege immateriële schade na een onrechtmatig huisbezoek. Het college moet ook de proceskosten van de vrouw betalen.
Gemeente kwam vrouw op het spoor vanwege opvallend hoge vaste lasten
De anonieme vrouw ontving sinds 2015 een bijstandsuitkering, maar had hoge vaste lasten. Daarom hielp haar moeder haar een keer per week door boodschappen voor haar te doen, zo bleek uit een eerdere uitspraak van de rechter.
Toen de gemeente erachter kwam, stelde zij dat de vrouw haar inlichtingenplicht had geschonden. Dit betekent dat ze had moeten vertellen dat ze boodschappen kreeg, zodat dit bedrag kon worden ingehouden op haar bijstandsuitkering.
Boodschappen die mensen ontvangen van andere personen kunnen volgens de Participatiewet niet als gift of geschenk worden genoteerd, aldus de Centrale Raad van Beroep.
Vrouw reed rond in auto 'uit het duurdere segment'
Er ontstond een storm van kritiek toen eind vorig jaar de eis van de gemeente Wijdemeren landelijk bekend werd. De gemeente liet daarna weten het terugvorderen van het bijstandsgeld te heroverwegen, maar bleef na extra onderzoek bij haar eis om het geld terug te vorderen.
Volgens de gemeente werd in 2018 een onderzoek gestart naar de vrouw omdat zij toentertijd rondreed in een auto "uit het duurdere segment". Daarvan zou de vrouw geen melding hebben gemaakt. De conclusie van het onderzoek was dat de hogere vaste lasten van de vrouw opgingen aan de kosten van de auto en een motor, en niet aan het doen van boodschappen. De gemeente concludeerde dat de vrouw al drie jaar lang zelf geen boodschappen deed.
"Het staat iedereen vrij om zelf te besluiten waar je je geld aan uitgeeft, maar dat kan niet ten koste gaan van uitgaven waarvoor de bijstand is bedoeld, namelijk de kosten van levensonderhoud", meldde de gemeente toentertijd.
Geen van de partijen kan tegen de uitspraak in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht.
