Er is een wereldwijd ernstig tekort aan Visudyne (verteporfine), een medicijn dat wordt gebruikt bij de behandeling van bepaalde oogziekten. Door het tekort zullen patiënten voor wie ernstige slechtziendheid of blindheid dreigt, voorrang krijgen bij de behandeling. Voor dit middel zijn geen alternatieven beschikbaar.

Om de tekorten zo goed mogelijk het hoofd te bieden is door het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (NOG) deze week een prioriteringsschema opgesteld. Daarmee is het behandelschema op de schop gegaan en kunnen niet alle patiënten meer geholpen worden, zo laten het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) en de NOG vrijdag weten.

Betrokken patiënten worden door hun behandelend arts op de hoogte gebracht van het wereldwijde tekort en de gevolgen voor hun individuele behandeling. De andere groep patiënten die prioriteit krijgt, maar wel een prioriteitscategorie lager op de ladder staat, zijn de mensen bij wie één oog bedreigd is.

Er worden jaarlijks ongeveer zevenhonderd patiënten met Visudyne behandeld voor de betreffende oogaandoeningen. "De huidige voorraad is slechts beperkt", aldus de organisaties. Alleen als er aan het einde van dit jaar nog voorraad Visudyne-flacons is met een houdbaarheid tot eind 2021, komen ook andere groepen patiënten in aanmerking voor behandeling.

Het tekort komt door productieproblemen bij de fabrikant in Amerika, de enige ter wereld die dit geneesmiddel maakt. De fabrikant verwacht dat Visudyne in het eerste kwartaal van 2022 weer beschikbaar is.

Demissionaire kabinet betreurt onzekere situatie

Visudyne wordt gebruikt bij de behandeling van aandoeningen van het netvlies, in het bijzonder de macula of de gele vlek, waarbij het gezichtsvermogen wordt aangetast. De macula is het centrale deel van het netvlies, waarmee iemand leest en gezichten herkent. Wanneer deze patiënten niet meer behandeld kunnen worden met Visudyne, kan dit leiden tot ernstige slechtziendheid of zelfs blindheid.

Het demissionaire kabinet betreurt de onzekere situatie voor de patiënten, schrijft staatssecretaris Ankie Broekers-Knol (Justitie) namens haar collega Paul Blokhuis van Volksgezondheid aan de Tweede Kamer. Het geneesmiddel kan momenteel niet door apothekers worden gemaakt.

Ook is het volgens Broekers-Knol op korte termijn niet haalbaar om een productieproces in Nederland op te zetten. Mocht dit alsnog mogelijk blijken, "dan zet ik mij in om dit te faciliteren".