Al na vier maanden zijn gezondheidsverschillen te zien tussen baby's uit arme gezinnen en baby's uit rijke gezinnen. Vanaf een leeftijd van ongeveer twee jaar wordt de kloof nog groter, blijkt uit onderzoek van Coen van de Kraats en Bastian Ravesteijn van de Erasmus School of Economics waar de Volkskrant over schrijft. Kinderarmoede uit zich ook in verschillen in taalontwikkeling en psychische gezondheid.

Voor het onderzoek kregen de wetenschappers via het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) toegang tot gepseudonimiseerde gegevens van ruim 150.000 tussen 1998 en 2017 geboren kinderen. Deze gegevens, afkomstig van consultatiebureaus en schoolartsen, werden door de onderzoekers gekoppeld aan het inkomen van de ouders.

Daaruit blijkt dat er al vanaf een leeftijd van vier maanden verschillen in gewicht te zien zijn tussen baby's uit rijke gezinnen en die uit arme gezinnen, die gemiddeld zwaarder zijn. Bij een leeftijd van veertien jaar kampt een kwart van de kinderen uit arme gezinnen met overgewicht, terwijl dat bij de andere kinderen in een op de tien gevallen zo is.

Dat verschil is volgens de onderzoekers niet alleen terug te voeren op ongezonde voeding, maar ook op de stress die voortkomt uit het moeten rondkomen van een laag inkomen. Door die stress nemen ouders niet altijd verstandige beslissingen.

Inkomensongelijkheid is ook terug te zien in een achterstand qua taalontwikkeling. Ruim 20 procent van de tweejarigen uit armere gezinnen kan op die leeftijd geen zinnetjes van twee woorden maken. Bij kinderen uit rijkere gezinnen is dat 6 procent.

Tenslotte laat ook de psychische gezondheid van kinderen uit armere gezinnen te wensen over en worden er vaker gedragsproblemen als driftbuien en niet willen luisteren gesignaleerd.